Download

Sumicidin Super

Gewasbeschermingsmiddel

Toelatingsnummer 10211
Startdatum 15-2-1989
Expiratiedatum 1-12-2019
Formulering Vloeistof
Aard werking Insecticide
Toelatingshouder Sumitomo Chemical Agro Europe S.A.S.

Stof(fen)

CAS Nummer Naam Type Gehalte/Eenheid
66230-04-4 esfenvaleraat Werkzame stof 25 G/L

Actuele gebruiksvoorschriften

Professioneel
Code Startdatum Einddatum Document
W17 1-1-2018 1-12-2019 Download

Voorgaande gebruiksvoorschriften

Professioneel
Code Opgebruiktermijn Aflevertermijn Document
W16 1-7-2019 1-7-2018 Download
W15 1-7-2019 1-7-2018 -
W14 1-7-2019 1-7-2018 -

Toepassingen

1 - Aardappelen

DTG versie 2.0 4 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Aantal toepassingen per teeltcyclus 8
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Consumptieaardappel
      • Pootaardappel
      • Zetmeelaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Chrysomelidae (Bladhaantjes)
        • Leptinotarsa decemlineata (Coloradokever) (Coloradokever)

2 - Aardappelen

DTG versie 2.0 4 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van januari tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 5
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Consumptieaardappel
      • Pootaardappel
      • Zetmeelaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)

3 - Bieten

DTG versie 2.0 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met juni
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,4 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Bieten
      • Suikerbiet
      • Voederbiet

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Phlaeothripidae
        • Haplothrips aculeatus (Roggetrips)
        • Liothrips vaneeckei (Lelietrips)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Chaetanaphothrips orchidii (Orchideetrips)
        • Dendrothrips ornatus (Ligustertrips)
        • Drepanothrips reuteri (Druiventrips)
        • Echinothrips americanus (Echinothrips americanus)
        • Frankliniella fusca (Amaryllistrips)
        • Frankliniella intonsa (Frankliniella intonsa)
        • Frankliniella occidentalis (Californische trips)
        • Frankliniella schultzei (Katoenknoppentrips)
        • Heliothrips haemorrhoidalis (Gewone kastrips)
        • Hercinothrips femoralis (Kastrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)
        • Limothrips cerealium (Kleine graantrips)
        • Limothrips denticornis (Grote graantrips)
        • Parthenothrips dracaenae (Gestreepte kastrips)
        • Stenothrips graminum (Havertrips)
        • Taeniothrips inconsequens (Perentrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Thrips fuscipennis (Rozentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips palmi (Thrips palmi)
        • Thrips setosus (Thrips setosus)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)

4 - Bieten

DTG versie 2.0 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met juni
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,45 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Bieten
      • Suikerbiet
      • Voederbiet

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Hydraecia micacea (Aardappelstengelboorder)

5 - Bloembol- en bloemknolgewassen

DTG versie 2.0 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van april tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 20
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,4 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 8 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1000 L/ha
Opmerkingen Geclaimd organisme: Bladluis, om overdracht van niet-persistente virussen te voorkomen. Toepassingstijdstip: Half april - juli. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bloembollen en bloemknollen
      • Bolbloemen en knolbloemen
        • Alstroemeria
        • Freesia
        • Gladiool
        • Iris
        • Lelie
        • Overige Bolbloemen en knolbloemen
        • Ranunculus
        • Tulp
        • Zantedeschia/Calla/Aronskelk
      • Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Anemoon
        • Blauwe druifjes
        • Iris
        • Krokus
        • Narcis
        • Overige Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Sierui
        • Sneeuwroem
        • Sterhyacint
        • Tulp
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Cyclaam
        • Dahlia
        • Freesia
        • Gladiool
        • Lelie
        • Nerine
        • Overige Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Ranonkel
        • Zantedeschia/Calla/Aronskelk

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)
  • Viridae (Virussen)
    • Benyvirus
      • Beet necrotic yellow vein virus (Bietenrhizomanie virus)
    • Bromoviridae
      • Alfamovirus
        • Alfalfa mosaic virus (Luzernemozaïekvirus)
      • Cucumovirus
        • Cucumber mosaic virus (Komkommermozaïekvirus) (Bont, Bonte-vruchtenziekte, Dwergziekte, Figuurbont, Geelvlekkigheid, Komkomermozaïekvirus, Komkommermozaïek, Komkommozaïekvirus, Kurkstip, Mozaiek, Mozaïek, Verdorringsziekte, Veterbladziekte)
        • Tomato aspermy virus (Tomatenaspermivirus) (Tomatenaspermievirus)
      • Ilarvirus
        • American plum line pattern virus (Amerikaans pruimenfiguurbontvirus)
        • Apple mosaic virus (Appelmozaïekvirus) (Appelmozaïek, Appelmozaïekvirus, Figuurbont)
        • Prune dwarf virus (Pruimensmalbladigheidsvirus) (Dwerggroei, Figuurbont)
        • Tobacco streak virus (Tabaksstrepenvirus) (Tabaksstrepenvirus)
    • Bunyaviridae
      • Tospovirus
        • Groundnut bud necrosis virus (Aardnootknopnecrosevirus)
        • Tomato spotted wilt virus (Tomatenbronsvlekkenvirus) (Bonte-vruchtenziekte, Bronsvlekkenziekte, Kringvlekkenziekte, Necrose, Tomatenbronsvlekkenvirus)
    • Carlavirus
      • Chrysanthemum virus b (Chrysantenvirus b)
      • Lily symptomless virus (Symptoomloos lelievirus)
      • Nerine latent virus (Latent nerine-virus)
      • Poplar mosaic virus (Populierenmozaïekvirus)
      • Potato virus m (Aardappelvirus m)
      • Potato virus s (Aardappelvirus s)
      • Red clover vein mosaic virus (Rode-klavernerfmozaïekvirus)
      • Shallot latent virus (Latent sjalottenvirus)
    • Caulimoviridae
      • Caulimovirus
        • Cauliflower mosaic virus (Bloemkoolmozaïekvirus) (Mozaïek, Stip)
        • Carnation etched ring virus (Anjer-etsvirus) (Anjer-etsvirus)
        • Dahlia mosaic virus (Dahliamozaïekvirus) (Mozaïek)
        • Strawberry vein banding virus (Aardbeinerfbandmozaïekvirus) (Nerfbandmozaïek)
    • Closteroviridae
      • Closterovirus
        • Beet pseudo-yellows virus (Pseudo-slavergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Beet yellows virus (Bietenvergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Citrus tristeza virus (Citrus-tristezavirus)
    • Comoviridae
      • Comovirus
        • Broad bean stain virus (Tuinbonenzaadvlekkenvirus) (Zaadvlekkenziekte)
      • Nepovirus
        • Arabis mosaic virus (Arabis-mozaïekvirus) (Arabis-mozaïek, Arabis-mozaïekvirus, Kringvlekkenziekte, Waaierbont)
        • Cherry leaf roll virus (Kersenbladrolvirus) (Kersenbladrol)
        • Raspberry ringspot virus (Frambozenkringvlekkenvirus) (Lepelblad)
        • Strawberry latent ringspot virus (Latent aarbeikringvlekkenvirus)
        • Tomato black ring virus (Tomatenzwartkringvirus) (Bodemvirus, Tomatenzwartkringvirus)
        • Tomato ringspot virus (Tomatenkringvlekkenvirus)
    • Geminiviridae
      • Curtovirus
        • Beet curly top virus (Bietenkrultopvirus)
    • Hordeivirus
      • Barley stripe mosaic virus (Gerstestreepmozaïekvirus)
    • Luteoviridae
      • Enamovirus
        • Pea enation mosaic virus (Erwtenenatiemozaïekvirus) (Enatiemozaïek)
      • Luteovirus
        • Barley yellow dwarf virus-pav (Gerstevergelingsvirus) (Roodbladigheid, Vergelingsziekte)
      • Overige luteoviridae
        • Carrot red leaf virus (Peenroodbladvirus)
        • Bean leafroll virus (Erwtentopvergelingsvirus)
      • Polerovirus
        • Beet mild yellowing virus (Zwakke-vergelingsvirus van biet) (Vergelingsziekte)
        • Beet western yellows virus (Slavergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Potato leafroll virus (Aardappelbladrolvirus)
    • Plasmodiophoromycetes
      • Plasmodiophorales
        • Plasmodiophora brassicae
        • Polymyxa betae
        • Polymyxa graminis
        • Spongospora subterranea
    • Potyviridae
      • Bymovirus
        • Barley yellow mosaic virus (Gerstegeelmozaïekvirus)
      • Macluravirus
        • Narcissus latent virus (Latent narcissenvirus)
      • Potyvirus
        • Alstroemeria mosaic virus (Alstroemeria-mozaïekvirus)
        • Bean common mosaic necrosis virus (Bonenvaatnecrosevirus)
        • Bean common mosaic virus (Bonenrolmozaïekvirus)
        • Beet mosaic virus (Bietenmozaïekvirus)
        • Bean yellow mosaic virus (Bonenscherpmozaïekvirus)
        • Celery mosaic virus (Selderijmozaïekvirus)
        • Dasheen mosaic virus (Dieffenbachia-mozaïekvirus)
        • Freesia mosaic virus (Freesiamozaïekvirus)
        • Gloriosa stripe mosaic virus (Gloriosa-streepmozaïekvirus)
        • Hippeastrum mosaic virus (Hippeastrum-mozaïekvirus)
        • Hyacinth mosaic virus (Hyacintenmozaïekvirus)
        • Iris mild mosaic virus (Irismozaïekvirus)
        • Iris severe mosaic virus (Irisgrijsvirus)
        • Lettuce mosaic virus (Slamozaïekvirus)
        • Leek yellow stripe virus (Preigeelstreepvirus)
        • Narcissus late season yellows virus (Narcissenzilverstreepvirus) (Bladzilver)
        • Narcissus yellow stripe virus (Narcissengrijsvirus)
        • Ornithogalum mosaic virus (Ornitogalum-mozaïekvirus)
        • Onion yellow dwarf virus (Uiengeelstreepvirus)
        • Parsnip mosaic virus (Pastinakenmozaïekvirus)
        • Plum pox virus (Pruimensharkavirus)
        • Pea seed-borne mosaic virus (Erwtenrolmozaïekvirus)
        • Potato virus a (Aardappelvirus a)
        • Potato virus y (Aardappelvirus y)
        • Tulip breaking virus (Tulpenmozaïekvirus)
        • Turnip mosaic virus (Knollenmozaïekvirus)
        • Watermelon mosaic virus (Watermeloenmozaïekvirus)
        • Wisteria vein mosaic virus (Wisteria-nerfmozaïekvirus)
        • Zucchini yellow mosaic virus (Courgettegeelmozaïekvirus)
      • Rymovirus
        • Ryegrass mosaic virus (Raaigrasmozaïekvirus)
    • Rhabdoviridae
      • Cytorhabdovirus
        • Strawberry crinkle virus (Aardbeikrinkelvirus)
      • Nucleorhabdovirus
        • Beet leaf curl virus (Bietenkroesbladvirus)
    • Sequiviridae
      • Sequivirus
        • Parsnip yellow fleck virus (Pastinakengeelvlekvirus)
    • Tombusviridae
      • Carmovirus
        • Carnation mottle virus (Anjervlekkenvirus)
        • Melon necrotic spot virus (Meloenennecrosevirus)
        • Narcissus tip necrosis virus (Narcissentopnecrosevirus)
        • Pelargonium flower break virus (Pelargonium-bloemkleurbrekingsvirus)
        • Pelargonium line pattern virus (Pelargonium-geelvlekvirus)
      • Dianthovirus
        • Carnation ringspot virus (Anjerkringvlekkenvirus)
      • Necrovirus
        • Tobacco necrosis virus a (Tabaksnecrosevirus)
    • Viruses
      • Overige virussen
        • Plantpathogene virussen en viroiden
        • Apple chat fruit virus (Appelkleinvruchtigheids 'virus')
        • Apple rough skin virus (Appelruwschilligheidsvirus)
        • Candidatus phytoplasma mali (Appelproliferatie mlo)
        • Apple rubbery wood virus (Appelrubberhout 'virus')
        • Apple star crack virus (Appelsterbarstvirus)
        • Apple stem pitting virus (Perennerfmozaïekvirus)
        • Pear stony pit virus (Perenstenigheidsvirus)
        • Blackcurrant reversion virus (Zwarte-bessenbrandnetelbladvirus)
        • Turnip mosaic virus (Knollenmozaïekvirus)
        • Cucumber mosaic virus (Komkommermozaïekvirus)
        • Cherry necrotic rusty mottle virus (Kersenroestvlekkenvirus)
        • Gooseberry vein banding virus (Kruisbessennerfbandmozaïekvirus)
        • Laburnum mosaic virus (Laburnum-mozaïekvirus)
        • Peach mosaic virus (Perzikmozaïek 'virus')
        • Prunus necrotic ringspot virus (Necrotische-kringvlekkenziekte van prunus)
        • Strawberry mottle virus (Aardbeivlekkenvirus)
        • Tulip severe mosaic virus (Tulpengrijsvirus)
      • Pomovirus
        • Potato mop-top virus (Aardappelzwabbertopvirus)
      • Potexvirus
        • Cactus virus x (Cactusvirus x)
        • Cymbidium mosaic virus (Cymbidium-mozaïekvirus)
        • Hydrangea ringspot virus (Hydrangea-kringvlekkenvirus)
        • Lily virus x (Lelievirus x)
        • Narcissus mosaic virus (Narcissenmozaïekvirus)
        • Nerine virus x (Nerine-virus x)
        • Potato aucuba mosaic virus (Aardappelaucubamozaïekvirus)
        • Pepino mosaic virus (Pepinomozaïekvirus)
        • Potato virus x (Aardappelvirus x)
        • Strawberry mild yellow edge virus (Aardbeizwakgeelrandvirus)
      • Tobamovirus
        • Bell pepper mottle virus (Auberginezwakmozaïekvirus)
        • Cucumber green mottle mosaic virus (Komkommerbontvirus)
        • Odontoglossum ringspot virus (Odontoglossum-kringvlekkenvirus)
        • Pepper mild mottle virus (Paprikamozaïekvirus)
        • Tomato mosaic virus (Tomatenmozaïekvirus)
      • Tobravirus
        • Pea early-browning virus (Vroege-verbruiningsvirus van erwt)
        • Tobacco rattle virus (Tabaksratelvirus)
      • Trichovirus
        • Apple chlorotic leaf spot virus (Chlorotische-bladvlekkenvirus van appel)
      • Tymovirus
        • Poinsettia mosaic virus (Pointsettia-mozaïekvirus)
      • Varicosavirus
        • Lettuce big-vein associated virus (Slabobbelbladvirus)
        • Lettuce ring necrosis virus (Sla-kringnecrosevirus)
        • Pepper yellow vein virus (Paprikageelnerfvirus)
    • Virussen en viroiden
      • Phytoplasmas
        • Phytoplasma (Fytoplasma)
        • Candidatus phytoplasma pyri (Perenaftakelingsfytoplasma)
      • Viroids
        • Viroid (Viroïde)
        • Chrysanthemum stunt viroid (Chrysantendwergziekteviroide)
        • Hop stunt viroid (Komkommerblekevruchtenviroide)
        • Pear blister canker viroid (Perenblaasjeskankerviroid)
        • Potato spindle tuber viroid (Aardappelspindelknolviroide)

6 - Bloembol- en bloemknolgewassen

DTG versie 2.0 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van april tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 20
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,4 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 8 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Opmerkingen Geclaimd organisme: Bladluis, om overdracht van niet-persistente virussen te voorkomen. Toepassingstijdstip: Half april - juli Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bloembollen en bloemknollen
      • Bolbloemen en knolbloemen
        • Alstroemeria
        • Freesia
        • Gladiool
        • Iris
        • Lelie
        • Overige Bolbloemen en knolbloemen
        • Ranunculus
        • Tulp
        • Zantedeschia/Calla/Aronskelk
      • Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Anemoon
        • Blauwe druifjes
        • Iris
        • Krokus
        • Narcis
        • Overige Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Sierui
        • Sneeuwroem
        • Sterhyacint
        • Tulp
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Cyclaam
        • Dahlia
        • Freesia
        • Gladiool
        • Lelie
        • Nerine
        • Overige Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Ranonkel
        • Zantedeschia/Calla/Aronskelk

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)
  • Viridae (Virussen)
    • Benyvirus
      • Beet necrotic yellow vein virus (Bietenrhizomanie virus)
    • Bromoviridae
      • Alfamovirus
        • Alfalfa mosaic virus (Luzernemozaïekvirus)
      • Cucumovirus
        • Cucumber mosaic virus (Komkommermozaïekvirus) (Bont, Bonte-vruchtenziekte, Dwergziekte, Figuurbont, Geelvlekkigheid, Komkomermozaïekvirus, Komkommermozaïek, Komkommozaïekvirus, Kurkstip, Mozaiek, Mozaïek, Verdorringsziekte, Veterbladziekte)
        • Tomato aspermy virus (Tomatenaspermivirus) (Tomatenaspermievirus)
      • Ilarvirus
        • American plum line pattern virus (Amerikaans pruimenfiguurbontvirus)
        • Apple mosaic virus (Appelmozaïekvirus) (Appelmozaïek, Appelmozaïekvirus, Figuurbont)
        • Prune dwarf virus (Pruimensmalbladigheidsvirus) (Dwerggroei, Figuurbont)
        • Tobacco streak virus (Tabaksstrepenvirus) (Tabaksstrepenvirus)
    • Bunyaviridae
      • Tospovirus
        • Groundnut bud necrosis virus (Aardnootknopnecrosevirus)
        • Tomato spotted wilt virus (Tomatenbronsvlekkenvirus) (Bonte-vruchtenziekte, Bronsvlekkenziekte, Kringvlekkenziekte, Necrose, Tomatenbronsvlekkenvirus)
    • Carlavirus
      • Chrysanthemum virus b (Chrysantenvirus b)
      • Lily symptomless virus (Symptoomloos lelievirus)
      • Nerine latent virus (Latent nerine-virus)
      • Poplar mosaic virus (Populierenmozaïekvirus)
      • Potato virus m (Aardappelvirus m)
      • Potato virus s (Aardappelvirus s)
      • Red clover vein mosaic virus (Rode-klavernerfmozaïekvirus)
      • Shallot latent virus (Latent sjalottenvirus)
    • Caulimoviridae
      • Caulimovirus
        • Cauliflower mosaic virus (Bloemkoolmozaïekvirus) (Mozaïek, Stip)
        • Carnation etched ring virus (Anjer-etsvirus) (Anjer-etsvirus)
        • Dahlia mosaic virus (Dahliamozaïekvirus) (Mozaïek)
        • Strawberry vein banding virus (Aardbeinerfbandmozaïekvirus) (Nerfbandmozaïek)
    • Closteroviridae
      • Closterovirus
        • Beet pseudo-yellows virus (Pseudo-slavergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Beet yellows virus (Bietenvergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Citrus tristeza virus (Citrus-tristezavirus)
    • Comoviridae
      • Comovirus
        • Broad bean stain virus (Tuinbonenzaadvlekkenvirus) (Zaadvlekkenziekte)
      • Nepovirus
        • Arabis mosaic virus (Arabis-mozaïekvirus) (Arabis-mozaïek, Arabis-mozaïekvirus, Kringvlekkenziekte, Waaierbont)
        • Cherry leaf roll virus (Kersenbladrolvirus) (Kersenbladrol)
        • Raspberry ringspot virus (Frambozenkringvlekkenvirus) (Lepelblad)
        • Strawberry latent ringspot virus (Latent aarbeikringvlekkenvirus)
        • Tomato black ring virus (Tomatenzwartkringvirus) (Bodemvirus, Tomatenzwartkringvirus)
        • Tomato ringspot virus (Tomatenkringvlekkenvirus)
    • Geminiviridae
      • Curtovirus
        • Beet curly top virus (Bietenkrultopvirus)
    • Hordeivirus
      • Barley stripe mosaic virus (Gerstestreepmozaïekvirus)
    • Luteoviridae
      • Enamovirus
        • Pea enation mosaic virus (Erwtenenatiemozaïekvirus) (Enatiemozaïek)
      • Luteovirus
        • Barley yellow dwarf virus-pav (Gerstevergelingsvirus) (Roodbladigheid, Vergelingsziekte)
      • Overige luteoviridae
        • Carrot red leaf virus (Peenroodbladvirus)
        • Bean leafroll virus (Erwtentopvergelingsvirus)
      • Polerovirus
        • Beet mild yellowing virus (Zwakke-vergelingsvirus van biet) (Vergelingsziekte)
        • Beet western yellows virus (Slavergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Potato leafroll virus (Aardappelbladrolvirus)
    • Plasmodiophoromycetes
      • Plasmodiophorales
        • Plasmodiophora brassicae
        • Polymyxa betae
        • Polymyxa graminis
        • Spongospora subterranea
    • Potyviridae
      • Bymovirus
        • Barley yellow mosaic virus (Gerstegeelmozaïekvirus)
      • Macluravirus
        • Narcissus latent virus (Latent narcissenvirus)
      • Potyvirus
        • Alstroemeria mosaic virus (Alstroemeria-mozaïekvirus)
        • Bean common mosaic necrosis virus (Bonenvaatnecrosevirus)
        • Bean common mosaic virus (Bonenrolmozaïekvirus)
        • Beet mosaic virus (Bietenmozaïekvirus)
        • Bean yellow mosaic virus (Bonenscherpmozaïekvirus)
        • Celery mosaic virus (Selderijmozaïekvirus)
        • Dasheen mosaic virus (Dieffenbachia-mozaïekvirus)
        • Freesia mosaic virus (Freesiamozaïekvirus)
        • Gloriosa stripe mosaic virus (Gloriosa-streepmozaïekvirus)
        • Hippeastrum mosaic virus (Hippeastrum-mozaïekvirus)
        • Hyacinth mosaic virus (Hyacintenmozaïekvirus)
        • Iris mild mosaic virus (Irismozaïekvirus)
        • Iris severe mosaic virus (Irisgrijsvirus)
        • Lettuce mosaic virus (Slamozaïekvirus)
        • Leek yellow stripe virus (Preigeelstreepvirus)
        • Narcissus late season yellows virus (Narcissenzilverstreepvirus) (Bladzilver)
        • Narcissus yellow stripe virus (Narcissengrijsvirus)
        • Ornithogalum mosaic virus (Ornitogalum-mozaïekvirus)
        • Onion yellow dwarf virus (Uiengeelstreepvirus)
        • Parsnip mosaic virus (Pastinakenmozaïekvirus)
        • Plum pox virus (Pruimensharkavirus)
        • Pea seed-borne mosaic virus (Erwtenrolmozaïekvirus)
        • Potato virus a (Aardappelvirus a)
        • Potato virus y (Aardappelvirus y)
        • Tulip breaking virus (Tulpenmozaïekvirus)
        • Turnip mosaic virus (Knollenmozaïekvirus)
        • Watermelon mosaic virus (Watermeloenmozaïekvirus)
        • Wisteria vein mosaic virus (Wisteria-nerfmozaïekvirus)
        • Zucchini yellow mosaic virus (Courgettegeelmozaïekvirus)
      • Rymovirus
        • Ryegrass mosaic virus (Raaigrasmozaïekvirus)
    • Rhabdoviridae
      • Cytorhabdovirus
        • Strawberry crinkle virus (Aardbeikrinkelvirus)
      • Nucleorhabdovirus
        • Beet leaf curl virus (Bietenkroesbladvirus)
    • Sequiviridae
      • Sequivirus
        • Parsnip yellow fleck virus (Pastinakengeelvlekvirus)
    • Tombusviridae
      • Carmovirus
        • Carnation mottle virus (Anjervlekkenvirus)
        • Melon necrotic spot virus (Meloenennecrosevirus)
        • Narcissus tip necrosis virus (Narcissentopnecrosevirus)
        • Pelargonium flower break virus (Pelargonium-bloemkleurbrekingsvirus)
        • Pelargonium line pattern virus (Pelargonium-geelvlekvirus)
      • Dianthovirus
        • Carnation ringspot virus (Anjerkringvlekkenvirus)
      • Necrovirus
        • Tobacco necrosis virus a (Tabaksnecrosevirus)
    • Viruses
      • Overige virussen
        • Plantpathogene virussen en viroiden
        • Apple chat fruit virus (Appelkleinvruchtigheids 'virus')
        • Apple rough skin virus (Appelruwschilligheidsvirus)
        • Candidatus phytoplasma mali (Appelproliferatie mlo)
        • Apple rubbery wood virus (Appelrubberhout 'virus')
        • Apple star crack virus (Appelsterbarstvirus)
        • Apple stem pitting virus (Perennerfmozaïekvirus)
        • Pear stony pit virus (Perenstenigheidsvirus)
        • Blackcurrant reversion virus (Zwarte-bessenbrandnetelbladvirus)
        • Turnip mosaic virus (Knollenmozaïekvirus)
        • Cucumber mosaic virus (Komkommermozaïekvirus)
        • Cherry necrotic rusty mottle virus (Kersenroestvlekkenvirus)
        • Gooseberry vein banding virus (Kruisbessennerfbandmozaïekvirus)
        • Laburnum mosaic virus (Laburnum-mozaïekvirus)
        • Peach mosaic virus (Perzikmozaïek 'virus')
        • Prunus necrotic ringspot virus (Necrotische-kringvlekkenziekte van prunus)
        • Strawberry mottle virus (Aardbeivlekkenvirus)
        • Tulip severe mosaic virus (Tulpengrijsvirus)
      • Pomovirus
        • Potato mop-top virus (Aardappelzwabbertopvirus)
      • Potexvirus
        • Cactus virus x (Cactusvirus x)
        • Cymbidium mosaic virus (Cymbidium-mozaïekvirus)
        • Hydrangea ringspot virus (Hydrangea-kringvlekkenvirus)
        • Lily virus x (Lelievirus x)
        • Narcissus mosaic virus (Narcissenmozaïekvirus)
        • Nerine virus x (Nerine-virus x)
        • Potato aucuba mosaic virus (Aardappelaucubamozaïekvirus)
        • Pepino mosaic virus (Pepinomozaïekvirus)
        • Potato virus x (Aardappelvirus x)
        • Strawberry mild yellow edge virus (Aardbeizwakgeelrandvirus)
      • Tobamovirus
        • Bell pepper mottle virus (Auberginezwakmozaïekvirus)
        • Cucumber green mottle mosaic virus (Komkommerbontvirus)
        • Odontoglossum ringspot virus (Odontoglossum-kringvlekkenvirus)
        • Pepper mild mottle virus (Paprikamozaïekvirus)
        • Tomato mosaic virus (Tomatenmozaïekvirus)
      • Tobravirus
        • Pea early-browning virus (Vroege-verbruiningsvirus van erwt)
        • Tobacco rattle virus (Tabaksratelvirus)
      • Trichovirus
        • Apple chlorotic leaf spot virus (Chlorotische-bladvlekkenvirus van appel)
      • Tymovirus
        • Poinsettia mosaic virus (Pointsettia-mozaïekvirus)
      • Varicosavirus
        • Lettuce big-vein associated virus (Slabobbelbladvirus)
        • Lettuce ring necrosis virus (Sla-kringnecrosevirus)
        • Pepper yellow vein virus (Paprikageelnerfvirus)
    • Virussen en viroiden
      • Phytoplasmas
        • Phytoplasma (Fytoplasma)
        • Candidatus phytoplasma pyri (Perenaftakelingsfytoplasma)
      • Viroids
        • Viroid (Viroïde)
        • Chrysanthemum stunt viroid (Chrysantendwergziekteviroide)
        • Hop stunt viroid (Komkommerblekevruchtenviroide)
        • Pear blister canker viroid (Perenblaasjeskankerviroid)
        • Potato spindle tuber viroid (Aardappelspindelknolviroide)

7 - Bloemisterijgewassen

DTG versie 2.0 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 10
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,05 %
Maximum middeldosis per gewasseizoen 10 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1200 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml per 100 liter water). Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloemisterijgewassen
      • Potplanten
        • Chrysant
        • Cyclaam
        • Ficus
        • Lepelplant
        • Orchidee
        • Overige Potplanten
        • Phalaenopsis
        • Roos
      • Snijbloemen
        • Alstroemeria
        • Anjer
        • Chrysant
        • Eustoma
        • Freesia
        • Lelie
        • Overige Snijbloemen
        • Pioenroos
        • Roos
        • Tulp
      • Snijgroen
        • Asparagus
        • Ilex
        • Maranta
        • Polystichum
        • Ruscus
      • Trekheesters
        • Chinees klokje
        • Ilex
        • Prunus
        • Sering
        • Skimmia

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Phlaeothripidae
        • Haplothrips aculeatus (Roggetrips)
        • Liothrips vaneeckei (Lelietrips)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Chaetanaphothrips orchidii (Orchideetrips)
        • Dendrothrips ornatus (Ligustertrips)
        • Drepanothrips reuteri (Druiventrips)
        • Echinothrips americanus (Echinothrips americanus)
        • Frankliniella fusca (Amaryllistrips)
        • Frankliniella intonsa (Frankliniella intonsa)
        • Frankliniella occidentalis (Californische trips)
        • Frankliniella schultzei (Katoenknoppentrips)
        • Heliothrips haemorrhoidalis (Gewone kastrips)
        • Hercinothrips femoralis (Kastrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)
        • Limothrips cerealium (Kleine graantrips)
        • Limothrips denticornis (Grote graantrips)
        • Parthenothrips dracaenae (Gestreepte kastrips)
        • Stenothrips graminum (Havertrips)
        • Taeniothrips inconsequens (Perentrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Thrips fuscipennis (Rozentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips palmi (Thrips palmi)
        • Thrips setosus (Thrips setosus)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Chromatomyia lonicerae (Kamperfoeliemineervlieg) (Kamperfoeliemineervlieg)
        • Chromatomyia syngenesiae (Chrysantenmineervlieg) (Chrysantenmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza (Liriomyza soorten)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Hexomyza simplex (Aspergemineervlieg)
        • Napomyza carotae (Wortelmineervlieg)
        • Napomyza cichorii (Witlofmineervlieg)
        • Napomyza xylostei (Napomyza xylostei)
        • Ophiomyia pinguis (Witlofmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Phytomyza aquilegiae (Akeleimineervlieg) (Mineervlieg)
        • Phytomyza aconita (Mineervlieg)
        • Phytomyza heringiana (Appelbladmineervlieg)
        • Chromatomyia horticola (Tuinmineervlieg) (Tuinmineervlieg)
        • Phytomyza ilicis (Hulstvlieg)
        • Phytomyza rufipes (Koolmineervlieg)
        • Phytomyza (Phytomyza soorten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • insertae sedis Erucae (Rupsen)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
        • Bemisia tabaci (Tabakswittevlieg)
        • Bemisia argentifolii (Tabakswittevlieg, Bemisia tabaci biotype B)
        • Dialeurodes chittendeni (Rhododendronwittevlieg) (Rododendronwittevlieg)
        • Trialeurodes vaporariorum (Kaswittevlieg) (Kaswittevlieg)

8 - Bloemisterijgewassen

DTG versie 2.0 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Ruimtebehandeling
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 10
Maximum middeldosis 1 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 10 L/ha
Watervolumeschaal Van 10 tot 10 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloemisterijgewassen
      • Potplanten
        • Chrysant
        • Cyclaam
        • Ficus
        • Lepelplant
        • Orchidee
        • Overige Potplanten
        • Phalaenopsis
        • Roos
      • Snijbloemen
        • Alstroemeria
        • Anjer
        • Chrysant
        • Eustoma
        • Freesia
        • Lelie
        • Overige Snijbloemen
        • Pioenroos
        • Roos
        • Tulp
      • Snijgroen
        • Asparagus
        • Ilex
        • Maranta
        • Polystichum
        • Ruscus
      • Trekheesters
        • Chinees klokje
        • Ilex
        • Prunus
        • Sering
        • Skimmia

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Chromatomyia lonicerae (Kamperfoeliemineervlieg) (Kamperfoeliemineervlieg)
        • Chromatomyia syngenesiae (Chrysantenmineervlieg) (Chrysantenmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza (Liriomyza soorten)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Hexomyza simplex (Aspergemineervlieg)
        • Napomyza carotae (Wortelmineervlieg)
        • Napomyza cichorii (Witlofmineervlieg)
        • Napomyza xylostei (Napomyza xylostei)
        • Ophiomyia pinguis (Witlofmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Phytomyza aquilegiae (Akeleimineervlieg) (Mineervlieg)
        • Phytomyza aconita (Mineervlieg)
        • Phytomyza heringiana (Appelbladmineervlieg)
        • Chromatomyia horticola (Tuinmineervlieg) (Tuinmineervlieg)
        • Phytomyza ilicis (Hulstvlieg)
        • Phytomyza rufipes (Koolmineervlieg)
        • Phytomyza (Phytomyza soorten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • insertae sedis Erucae (Rupsen)
      • Agonoxenidae
        • Blastodacna atra (Appelscheutboorder)
      • Alucitidae
        • Alucita hexadactyla (Kamperfoeliebloesemmot)
        • Stenoptilia bipunctidactyla (Vedermot) (Vedermot)
      • Arctiidae (Beervlinders)
        • Arctia caja (Grote beer)
        • Thaumetopoea processionea (Eikenprocessierups) (Eikenprocessierups)
        • Thaumetopoea sp. (Processierupsen) (Processierupsen)
      • Choreutidae
        • Choreutis pariana (Skeletteermot)
      • Coleophoridae (Kokermotten)
        • Coleophora hemerobiella (Kokermot)
        • Coleophora laricella (Lariksmot)
      • Cossidae (Houtboorders)
        • Cossus cossus (Wilgenhoutvlinder)
        • Zeuzera pyrina (Gestippelde houtvlinder)
      • Crambidae
        • Cossus cossus (Buxusmot)
      • Drepanidae
        • Thyatira batis (Braamspinner)
      • Gelechiidae (Tastermotten)
        • Anarsia lineatella (Perzikscheutboorder)
        • Dichomeris marginella (Jeneverbesmot)
        • Tuta absoluta (Tomatenmineermot)
        • Sitotroga cerealella (Graanmot, Grauwe rijstmot)
      • Geometridae (Spanners)
        • Abraxas grossulariata (Bonte bessenvlinder)
        • Bupalus piniaria (Dennenspanner)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
        • Campaea margaritaria (Groen- en witbandvlinder)
        • Erannis defoliaria (Grote wintervlinder)
        • Cheimatobia sp.
      • Hepialidae (Wortelboorders)
        • Hepialus hecta (Heidekruidwortelboorder)
        • Hepialus humuli (Hopwortelboorder)
        • Hepialus lupulinus (Slawortelboorder)
        • Hepialus (Hepialus soorten)
      • Incurvariidae (Witvlekmotten)
        • Lampronia capitella (Bessenspruitvreter)
        • Lampronia morosa (Rozenspruitvreter)
        • Lampronia corticella (Frambozenspruitvreter)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Calliteara pudibunda (Meriansborstelvlinder)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
        • Lymantria monacha (Nonvlinder)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Agrotis (Agrotis soorten)
        • Agrotis exclamationis (Bruine aardrups)
        • Agrotis segetum (Gewone aardrups)
        • Agrotis ipsilon (Zwartbruine aardrups)
        • Lenisa geminipuncta (Gestippelde rietboorder)
        • Mamestra brassicae (Kooluil)
        • Mamestra (Mamestra soorten)
        • Phlogophora meticulosa (Agaatvlinder)
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Euxoa nigricans (Aardrups)
        • Helicoverpa armigera (Katoendaguil, Heliothis armigera)
        • Hydraecia micacea (Aardappelstengelboorder)
        • Spodoptera exigua (Floridamot)
        • Spodoptera sp.
        • Spodoptera eridania (Legerworm)
        • Orthosia (Voorjaarsuilen soorten)
        • Orthosia cruda
        • Orthosia incerta
        • Panolis flammea (Gestreepte dennenrupsvlinder)
        • Mesapamea secalis (Halmrupsvlinder)
        • Polychrysia moneta (Ridderspooruil)
        • Plusia (Plusia soorten)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
        • Melanchra persicariae (Perzikkruiduil)
        • Spodoptera littoralis (Katoenuil)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Autographa sp.
        • Spodoptera litura (Aziatische katoenuil)
        • Noctua pronuba (Hooivlinder)
      • Notodontidae
        • Phalera bucephala (Wapendrager)
      • Oecophoridae (Sikkelmotten)
        • Depressaria daucella (Karwijmot)
        • Depressaria pastinacella (Pastinaakmot) (Pastinaakmot)
        • Oecophora bractella (Molmboorder)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris brassicae (Groot koolwitje)
        • Pieris napi (Klein geaderd witje)
        • Pieris rapae (Klein koolwitje)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Pyralidae (Snuitmotten)
        • Chrysoteuchia culmella (Crambusvlinder)
        • Corcyra cephalonica (Rijstlichtmot)
        • Amyelois transitella (Transitmot)
        • Duponchelia fovealis
        • Ephestia spp (Ephestia soorten)
        • Ephestia cautella (Tropische cacaomot, Cadra cautella)
        • Ephestia elutella (Cacaomot)
        • Ephestia kuehniella (Meelmot)
        • Acrobasis suavella (Dwergmispelbladroller)
        • Evergestis forficalis (Late koolmot)
        • Plodia interpunctella (Vruchtmot, Indische meelmot)
        • Ostrinia nubilalis (Maisboorder)
      • Sesiidae (Wespvlinders)
        • Sesia apiformis (Horzelvlinder)
        • Pennisetia hylaeiformis (Frambozenglasvlinder) (Frambozenglasvlinder)
        • Paranthrene tabaniformis (Populierenglasvlinder) (Populierenglasvlinder)
        • Synanthedon culiciformis (Berkenglasvlinder) (Berkenglasvlinder)
        • Synanthedon myopaeformis (Appelglasvlinder) (Appelglasvlinder)
        • Synanthedon tupiliformis (Bessenglasvlinder) (Bessenglasvlinder)
      • Sphingidae (Pijlstaarten)
        • Sphinx ligustri (Ligusterpijlstaart)
        • Sphinx pinastri (Dennenpijlstaart)
      • Tineidae (Echte motten)
        • Opogona sacchari (Bananenvlinder)
        • Nemapogon granella (Korrelmot)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)
        • Argyrotaenia (Argyrotaenia soorten)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Hedya nubiferana (Groene knopbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Archips podana (Grote appelbladroller)
        • Archips rosana (Heggenbladroller)
        • Archips sp.
        • Ditula angustiorana (Rhododendronbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Adoxophyes sp.
        • Cydia pomonella (Fruitmot, Appelbladroller)
        • Cydia splendana (Okkernootmot, Laspeyresia splendana)
        • Eupoecilia ambiguella (Blauw smalsnuitje)
        • Cnephasia communana (Erwtetopbladroller)
        • Cnephasia longana (Scheuttopbladroller)
        • Cnephasia virgaureana (Erwtentopbladroller)
        • Enarmonia formosana (Schorsboorder)
        • Epinotia tedella (Sparrenbladroller)
        • Gypsonoma aceriana (Populierenscheutboorder)
        • Rhyacionia buoliana (Dennenlotvlinder)
        • Rhyacionia duplana (Dennentopboorder)
        • Retinia resinella (Harsbuilvlinder)
        • Pseudococcyx turionella (Dennenknopvlinder) (Dennenknopvlinder)
        • Grapholita funebrana (Pruimenmot, Cydia funebrana)
        • Grapholita molesta (Perzikmot, Cydia molesta)
        • Cydia nigricana (Erwtenpeulboorder)
        • Laspeyresia pactolana (Kerstsparscheutboorder)
        • Cydia splendana (Okkernootmot)
        • Notocelia uddmanniana (Bramenbladroller)
        • Orthotaenia undulana (Brandnetelbladroller)
        • Pammene rhediella (Vroege fruitmot)
        • Pandemis (Pandemis soorten)
        • Pandemis heparana (Leverkleurige bladroller)
        • Pandemis cerasana (Kersenbladroller)
        • Lobesia botrana (Druivenbladroller, trosrups)
        • Ptycholoma lecheana (Geelbuikbladroller)
        • Rhopobota unipunctana (Topspinner)
        • Sparganothis pilleriana (Aardbeibladroller) (Aardbeibladroller)
        • Syndemis musculana (Herfstbladroller)
        • Spilonota ocellana (Rode knopbladroller)
        • Spilonota sp.
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Tortrix viridana (Groene eikenbladroller)

9 - Bloemkoolachtigen

DTG versie 2.0 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Bloemkoolachtigen
        • Bloemkool
        • Broccoli

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Mamestra brassicae (Kooluil)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)
        • Argyrotaenia (Argyrotaenia soorten)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Hedya nubiferana (Groene knopbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Archips podana (Grote appelbladroller)
        • Archips rosana (Heggenbladroller)
        • Archips sp.
        • Ditula angustiorana (Rhododendronbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Adoxophyes sp.
        • Cydia pomonella (Fruitmot, Appelbladroller)
        • Cydia splendana (Okkernootmot, Laspeyresia splendana)
        • Eupoecilia ambiguella (Blauw smalsnuitje)
        • Cnephasia communana (Erwtetopbladroller)
        • Cnephasia longana (Scheuttopbladroller)
        • Cnephasia virgaureana (Erwtentopbladroller)
        • Enarmonia formosana (Schorsboorder)
        • Epinotia tedella (Sparrenbladroller)
        • Gypsonoma aceriana (Populierenscheutboorder)
        • Rhyacionia buoliana (Dennenlotvlinder)
        • Rhyacionia duplana (Dennentopboorder)
        • Retinia resinella (Harsbuilvlinder)
        • Pseudococcyx turionella (Dennenknopvlinder) (Dennenknopvlinder)
        • Grapholita funebrana (Pruimenmot, Cydia funebrana)
        • Grapholita molesta (Perzikmot, Cydia molesta)
        • Cydia nigricana (Erwtenpeulboorder)
        • Laspeyresia pactolana (Kerstsparscheutboorder)
        • Cydia splendana (Okkernootmot)
        • Notocelia uddmanniana (Bramenbladroller)
        • Orthotaenia undulana (Brandnetelbladroller)
        • Pammene rhediella (Vroege fruitmot)
        • Pandemis (Pandemis soorten)
        • Pandemis heparana (Leverkleurige bladroller)
        • Pandemis cerasana (Kersenbladroller)
        • Lobesia botrana (Druivenbladroller, trosrups)
        • Ptycholoma lecheana (Geelbuikbladroller)
        • Rhopobota unipunctana (Topspinner)
        • Sparganothis pilleriana (Aardbeibladroller) (Aardbeibladroller)
        • Syndemis musculana (Herfstbladroller)
        • Spilonota ocellana (Rode knopbladroller)
        • Spilonota sp.
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Tortrix viridana (Groene eikenbladroller)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris brassicae (Groot koolwitje)
        • Pieris rapae (Klein koolwitje)

10 - Bloemkoolachtigen

DTG versie 2.0 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1000 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Bloemkoolachtigen
        • Bloemkool
        • Broccoli

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Mamestra brassicae (Kooluil)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)
        • Argyrotaenia (Argyrotaenia soorten)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Hedya nubiferana (Groene knopbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Archips podana (Grote appelbladroller)
        • Archips rosana (Heggenbladroller)
        • Archips sp.
        • Ditula angustiorana (Rhododendronbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Adoxophyes sp.
        • Cydia pomonella (Fruitmot, Appelbladroller)
        • Cydia splendana (Okkernootmot, Laspeyresia splendana)
        • Eupoecilia ambiguella (Blauw smalsnuitje)
        • Cnephasia communana (Erwtetopbladroller)
        • Cnephasia longana (Scheuttopbladroller)
        • Cnephasia virgaureana (Erwtentopbladroller)
        • Enarmonia formosana (Schorsboorder)
        • Epinotia tedella (Sparrenbladroller)
        • Gypsonoma aceriana (Populierenscheutboorder)
        • Rhyacionia buoliana (Dennenlotvlinder)
        • Rhyacionia duplana (Dennentopboorder)
        • Retinia resinella (Harsbuilvlinder)
        • Pseudococcyx turionella (Dennenknopvlinder) (Dennenknopvlinder)
        • Grapholita funebrana (Pruimenmot, Cydia funebrana)
        • Grapholita molesta (Perzikmot, Cydia molesta)
        • Cydia nigricana (Erwtenpeulboorder)
        • Laspeyresia pactolana (Kerstsparscheutboorder)
        • Cydia splendana (Okkernootmot)
        • Notocelia uddmanniana (Bramenbladroller)
        • Orthotaenia undulana (Brandnetelbladroller)
        • Pammene rhediella (Vroege fruitmot)
        • Pandemis (Pandemis soorten)
        • Pandemis heparana (Leverkleurige bladroller)
        • Pandemis cerasana (Kersenbladroller)
        • Lobesia botrana (Druivenbladroller, trosrups)
        • Ptycholoma lecheana (Geelbuikbladroller)
        • Rhopobota unipunctana (Topspinner)
        • Sparganothis pilleriana (Aardbeibladroller) (Aardbeibladroller)
        • Syndemis musculana (Herfstbladroller)
        • Spilonota ocellana (Rode knopbladroller)
        • Spilonota sp.
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Tortrix viridana (Groene eikenbladroller)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris brassicae (Groot koolwitje)
        • Pieris rapae (Klein koolwitje)

11 - Cultuurgrasland, Graszaadteelt, Sportveld

DTG versie 2.0 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van september tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 1
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,3 L/ha
Watervolumeschaal Van 600 tot 1000 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Graszaadteelt
      • Beemdgras
        • Beemdlangbloem
        • Bosbeemdgras
        • Moerasbeemdgras
        • Overige beemdgrassen
        • Veldbeemd
      • Overige grassen
        • Fakkelgras
        • Kamgras
        • Kropaar
        • Overige graszaadgewassen
        • Ruwe smele
        • Struisgras
        • Timothee
      • Raaigras
        • Engels raaigras
        • Frans raaigras
        • Gekruist raaigras
        • Italiaans raaigras
        • Overige raaigrassen
        • Westerwolds raaigras
      • Zwenkgras
        • Hardzwenkgras
        • Overige zwenkgrassen
        • Rietzwenkgras
        • Roodzwenkgras
  • Cultuurgrasland
    • Graszodenteelt
    • Voedergrasland
      • Maaigrasland
      • Weiland
  • Openbaar groen en particuliere tuinen
    • Grasvegetatie
      • Sportveld

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Bibionidae (Zwarte vliegen)
        • Dilophus febrilis (Kleine rouwvlieg)

12 - Droog te oogsten erwten

DTG versie 2.0 10 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van maart tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 6
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 28 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Peulvruchten
      • Droog te oogsten erwten
        • Gele erwt
        • Grauwe erwt
        • Groene erwt
        • Kapucijner
        • Kikkererwt
        • Linze
        • Rozijnenerwt
        • Schokker
        • Suikererwt

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Sitona lineatus (Bladrandkever)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Phlaeothripidae
        • Haplothrips aculeatus (Roggetrips)
        • Liothrips vaneeckei (Lelietrips)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Chaetanaphothrips orchidii (Orchideetrips)
        • Dendrothrips ornatus (Ligustertrips)
        • Drepanothrips reuteri (Druiventrips)
        • Echinothrips americanus (Echinothrips americanus)
        • Frankliniella fusca (Amaryllistrips)
        • Frankliniella intonsa (Frankliniella intonsa)
        • Frankliniella occidentalis (Californische trips)
        • Frankliniella schultzei (Katoenknoppentrips)
        • Heliothrips haemorrhoidalis (Gewone kastrips)
        • Hercinothrips femoralis (Kastrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)
        • Limothrips cerealium (Kleine graantrips)
        • Limothrips denticornis (Grote graantrips)
        • Parthenothrips dracaenae (Gestreepte kastrips)
        • Stenothrips graminum (Havertrips)
        • Taeniothrips inconsequens (Perentrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Thrips fuscipennis (Rozentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips palmi (Thrips palmi)
        • Thrips setosus (Thrips setosus)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)

13 - Erwt met peul, Erwt zonder peul

DTG versie 2.0 7 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 6
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 14 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Peulgroenten
      • Erwt met peul
        • Asperge-erwt
        • Peul
        • Suikererwt
      • Erwt zonder peul
        • Doperwt
        • Kapucijner

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Sitona lineatus (Bladrandkever)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Phlaeothripidae
        • Haplothrips aculeatus (Roggetrips)
        • Liothrips vaneeckei (Lelietrips)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Chaetanaphothrips orchidii (Orchideetrips)
        • Dendrothrips ornatus (Ligustertrips)
        • Drepanothrips reuteri (Druiventrips)
        • Echinothrips americanus (Echinothrips americanus)
        • Frankliniella fusca (Amaryllistrips)
        • Frankliniella intonsa (Frankliniella intonsa)
        • Frankliniella occidentalis (Californische trips)
        • Frankliniella schultzei (Katoenknoppentrips)
        • Heliothrips haemorrhoidalis (Gewone kastrips)
        • Hercinothrips femoralis (Kastrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)
        • Limothrips cerealium (Kleine graantrips)
        • Limothrips denticornis (Grote graantrips)
        • Parthenothrips dracaenae (Gestreepte kastrips)
        • Stenothrips graminum (Havertrips)
        • Taeniothrips inconsequens (Perentrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Thrips fuscipennis (Rozentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips palmi (Thrips palmi)
        • Thrips setosus (Thrips setosus)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)

14 - Overige granen, Wintergraan, Zomerrogge, Haver, Zomertarwe, Zomergerst

DTG versie 2.0 12 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met juni
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,4 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 28 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Granen
      • Overige granen
      • Wintergraan
        • Kanariezaad (kanariegras)
        • Spelt
        • Triticale
        • Wintergerst
        • Winterrogge
        • Wintertarwe
      • Zomergraan
        • Haver
        • Zomergerst
        • Zomerrogge
        • Zomertarwe

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)

15 - Pootaardappel

DTG versie 2.0 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 12
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 2,4 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Geclaimd organisme: Bladluis, om de overdracht van het Yn-virus te voorkomen. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Pootaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)
  • Viridae (Virussen)
    • Benyvirus
      • Beet necrotic yellow vein virus (Bietenrhizomanie virus)
    • Bromoviridae
      • Alfamovirus
        • Alfalfa mosaic virus (Luzernemozaïekvirus)
      • Cucumovirus
        • Cucumber mosaic virus (Komkommermozaïekvirus) (Bont, Bonte-vruchtenziekte, Dwergziekte, Figuurbont, Geelvlekkigheid, Komkomermozaïekvirus, Komkommermozaïek, Komkommozaïekvirus, Kurkstip, Mozaiek, Mozaïek, Verdorringsziekte, Veterbladziekte)
        • Tomato aspermy virus (Tomatenaspermivirus) (Tomatenaspermievirus)
      • Ilarvirus
        • American plum line pattern virus (Amerikaans pruimenfiguurbontvirus)
        • Apple mosaic virus (Appelmozaïekvirus) (Appelmozaïek, Appelmozaïekvirus, Figuurbont)
        • Prune dwarf virus (Pruimensmalbladigheidsvirus) (Dwerggroei, Figuurbont)
        • Tobacco streak virus (Tabaksstrepenvirus) (Tabaksstrepenvirus)
    • Bunyaviridae
      • Tospovirus
        • Groundnut bud necrosis virus (Aardnootknopnecrosevirus)
        • Tomato spotted wilt virus (Tomatenbronsvlekkenvirus) (Bonte-vruchtenziekte, Bronsvlekkenziekte, Kringvlekkenziekte, Necrose, Tomatenbronsvlekkenvirus)
    • Carlavirus
      • Chrysanthemum virus b (Chrysantenvirus b)
      • Lily symptomless virus (Symptoomloos lelievirus)
      • Nerine latent virus (Latent nerine-virus)
      • Poplar mosaic virus (Populierenmozaïekvirus)
      • Potato virus m (Aardappelvirus m)
      • Potato virus s (Aardappelvirus s)
      • Red clover vein mosaic virus (Rode-klavernerfmozaïekvirus)
      • Shallot latent virus (Latent sjalottenvirus)
    • Caulimoviridae
      • Caulimovirus
        • Cauliflower mosaic virus (Bloemkoolmozaïekvirus) (Mozaïek, Stip)
        • Carnation etched ring virus (Anjer-etsvirus) (Anjer-etsvirus)
        • Dahlia mosaic virus (Dahliamozaïekvirus) (Mozaïek)
        • Strawberry vein banding virus (Aardbeinerfbandmozaïekvirus) (Nerfbandmozaïek)
    • Closteroviridae
      • Closterovirus
        • Beet pseudo-yellows virus (Pseudo-slavergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Beet yellows virus (Bietenvergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Citrus tristeza virus (Citrus-tristezavirus)
    • Comoviridae
      • Comovirus
        • Broad bean stain virus (Tuinbonenzaadvlekkenvirus) (Zaadvlekkenziekte)
      • Nepovirus
        • Arabis mosaic virus (Arabis-mozaïekvirus) (Arabis-mozaïek, Arabis-mozaïekvirus, Kringvlekkenziekte, Waaierbont)
        • Cherry leaf roll virus (Kersenbladrolvirus) (Kersenbladrol)
        • Raspberry ringspot virus (Frambozenkringvlekkenvirus) (Lepelblad)
        • Strawberry latent ringspot virus (Latent aarbeikringvlekkenvirus)
        • Tomato black ring virus (Tomatenzwartkringvirus) (Bodemvirus, Tomatenzwartkringvirus)
        • Tomato ringspot virus (Tomatenkringvlekkenvirus)
    • Geminiviridae
      • Curtovirus
        • Beet curly top virus (Bietenkrultopvirus)
    • Hordeivirus
      • Barley stripe mosaic virus (Gerstestreepmozaïekvirus)
    • Luteoviridae
      • Enamovirus
        • Pea enation mosaic virus (Erwtenenatiemozaïekvirus) (Enatiemozaïek)
      • Luteovirus
        • Barley yellow dwarf virus-pav (Gerstevergelingsvirus) (Roodbladigheid, Vergelingsziekte)
      • Overige luteoviridae
        • Carrot red leaf virus (Peenroodbladvirus)
        • Bean leafroll virus (Erwtentopvergelingsvirus)
      • Polerovirus
        • Beet mild yellowing virus (Zwakke-vergelingsvirus van biet) (Vergelingsziekte)
        • Beet western yellows virus (Slavergelingsvirus) (Vergelingsziekte)
        • Potato leafroll virus (Aardappelbladrolvirus)
    • Plasmodiophoromycetes
      • Plasmodiophorales
        • Plasmodiophora brassicae
        • Polymyxa betae
        • Polymyxa graminis
        • Spongospora subterranea
    • Potyviridae
      • Bymovirus
        • Barley yellow mosaic virus (Gerstegeelmozaïekvirus)
      • Macluravirus
        • Narcissus latent virus (Latent narcissenvirus)
      • Potyvirus
        • Alstroemeria mosaic virus (Alstroemeria-mozaïekvirus)
        • Bean common mosaic necrosis virus (Bonenvaatnecrosevirus)
        • Bean common mosaic virus (Bonenrolmozaïekvirus)
        • Beet mosaic virus (Bietenmozaïekvirus)
        • Bean yellow mosaic virus (Bonenscherpmozaïekvirus)
        • Celery mosaic virus (Selderijmozaïekvirus)
        • Dasheen mosaic virus (Dieffenbachia-mozaïekvirus)
        • Freesia mosaic virus (Freesiamozaïekvirus)
        • Gloriosa stripe mosaic virus (Gloriosa-streepmozaïekvirus)
        • Hippeastrum mosaic virus (Hippeastrum-mozaïekvirus)
        • Hyacinth mosaic virus (Hyacintenmozaïekvirus)
        • Iris mild mosaic virus (Irismozaïekvirus)
        • Iris severe mosaic virus (Irisgrijsvirus)
        • Lettuce mosaic virus (Slamozaïekvirus)
        • Leek yellow stripe virus (Preigeelstreepvirus)
        • Narcissus late season yellows virus (Narcissenzilverstreepvirus) (Bladzilver)
        • Narcissus yellow stripe virus (Narcissengrijsvirus)
        • Ornithogalum mosaic virus (Ornitogalum-mozaïekvirus)
        • Onion yellow dwarf virus (Uiengeelstreepvirus)
        • Parsnip mosaic virus (Pastinakenmozaïekvirus)
        • Plum pox virus (Pruimensharkavirus)
        • Pea seed-borne mosaic virus (Erwtenrolmozaïekvirus)
        • Potato virus a (Aardappelvirus a)
        • Potato virus y (Aardappelvirus y)
        • Tulip breaking virus (Tulpenmozaïekvirus)
        • Turnip mosaic virus (Knollenmozaïekvirus)
        • Watermelon mosaic virus (Watermeloenmozaïekvirus)
        • Wisteria vein mosaic virus (Wisteria-nerfmozaïekvirus)
        • Zucchini yellow mosaic virus (Courgettegeelmozaïekvirus)
      • Rymovirus
        • Ryegrass mosaic virus (Raaigrasmozaïekvirus)
    • Rhabdoviridae
      • Cytorhabdovirus
        • Strawberry crinkle virus (Aardbeikrinkelvirus)
      • Nucleorhabdovirus
        • Beet leaf curl virus (Bietenkroesbladvirus)
    • Sequiviridae
      • Sequivirus
        • Parsnip yellow fleck virus (Pastinakengeelvlekvirus)
    • Tombusviridae
      • Carmovirus
        • Carnation mottle virus (Anjervlekkenvirus)
        • Melon necrotic spot virus (Meloenennecrosevirus)
        • Narcissus tip necrosis virus (Narcissentopnecrosevirus)
        • Pelargonium flower break virus (Pelargonium-bloemkleurbrekingsvirus)
        • Pelargonium line pattern virus (Pelargonium-geelvlekvirus)
      • Dianthovirus
        • Carnation ringspot virus (Anjerkringvlekkenvirus)
      • Necrovirus
        • Tobacco necrosis virus a (Tabaksnecrosevirus)
    • Viruses
      • Overige virussen
        • Plantpathogene virussen en viroiden
        • Apple chat fruit virus (Appelkleinvruchtigheids 'virus')
        • Apple rough skin virus (Appelruwschilligheidsvirus)
        • Candidatus phytoplasma mali (Appelproliferatie mlo)
        • Apple rubbery wood virus (Appelrubberhout 'virus')
        • Apple star crack virus (Appelsterbarstvirus)
        • Apple stem pitting virus (Perennerfmozaïekvirus)
        • Pear stony pit virus (Perenstenigheidsvirus)
        • Blackcurrant reversion virus (Zwarte-bessenbrandnetelbladvirus)
        • Turnip mosaic virus (Knollenmozaïekvirus)
        • Cucumber mosaic virus (Komkommermozaïekvirus)
        • Cherry necrotic rusty mottle virus (Kersenroestvlekkenvirus)
        • Gooseberry vein banding virus (Kruisbessennerfbandmozaïekvirus)
        • Laburnum mosaic virus (Laburnum-mozaïekvirus)
        • Peach mosaic virus (Perzikmozaïek 'virus')
        • Prunus necrotic ringspot virus (Necrotische-kringvlekkenziekte van prunus)
        • Strawberry mottle virus (Aardbeivlekkenvirus)
        • Tulip severe mosaic virus (Tulpengrijsvirus)
      • Pomovirus
        • Potato mop-top virus (Aardappelzwabbertopvirus)
      • Potexvirus
        • Cactus virus x (Cactusvirus x)
        • Cymbidium mosaic virus (Cymbidium-mozaïekvirus)
        • Hydrangea ringspot virus (Hydrangea-kringvlekkenvirus)
        • Lily virus x (Lelievirus x)
        • Narcissus mosaic virus (Narcissenmozaïekvirus)
        • Nerine virus x (Nerine-virus x)
        • Potato aucuba mosaic virus (Aardappelaucubamozaïekvirus)
        • Pepino mosaic virus (Pepinomozaïekvirus)
        • Potato virus x (Aardappelvirus x)
        • Strawberry mild yellow edge virus (Aardbeizwakgeelrandvirus)
      • Tobamovirus
        • Bell pepper mottle virus (Auberginezwakmozaïekvirus)
        • Cucumber green mottle mosaic virus (Komkommerbontvirus)
        • Odontoglossum ringspot virus (Odontoglossum-kringvlekkenvirus)
        • Pepper mild mottle virus (Paprikamozaïekvirus)
        • Tomato mosaic virus (Tomatenmozaïekvirus)
      • Tobravirus
        • Pea early-browning virus (Vroege-verbruiningsvirus van erwt)
        • Tobacco rattle virus (Tabaksratelvirus)
      • Trichovirus
        • Apple chlorotic leaf spot virus (Chlorotische-bladvlekkenvirus van appel)
      • Tymovirus
        • Poinsettia mosaic virus (Pointsettia-mozaïekvirus)
      • Varicosavirus
        • Lettuce big-vein associated virus (Slabobbelbladvirus)
        • Lettuce ring necrosis virus (Sla-kringnecrosevirus)
        • Pepper yellow vein virus (Paprikageelnerfvirus)
    • Virussen en viroiden
      • Phytoplasmas
        • Phytoplasma (Fytoplasma)
        • Candidatus phytoplasma pyri (Perenaftakelingsfytoplasma)
      • Viroids
        • Viroid (Viroïde)
        • Chrysanthemum stunt viroid (Chrysantendwergziekteviroide)
        • Hop stunt viroid (Komkommerblekevruchtenviroide)
        • Pear blister canker viroid (Perenblaasjeskankerviroid)
        • Potato spindle tuber viroid (Aardappelspindelknolviroide)

16 - Pootaardappel

DTG versie 2.0 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met juni
Aantal toepassingen per teeltcyclus 5
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 2,4 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Geclaimd organisme: Bladluis, om de overdracht van het aardappelbladrolvirus te voorkomen. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Pootaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)
  • Viridae (Virussen)
    • Luteoviridae
      • Polerovirus
        • Potato leafroll virus (Aardappelbladrolvirus)

17 - Sjalotten, Zaaiui, Tweedejaars plantui, Eerstejaars plantui

DTG versie 2.0 6 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 00 tot en met 47
Toepassingstijdstip Van juni tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 5 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 14 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Ui-achtigen
      • Sjalotten
        • Plantsjalot
        • Zaaisjalot
      • Uien
        • Eerstejaars plantui
        • Tweedejaars plantui
        • Zaaiui

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Phlaeothripidae
        • Haplothrips aculeatus (Roggetrips)
        • Liothrips vaneeckei (Lelietrips)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Chaetanaphothrips orchidii (Orchideetrips)
        • Dendrothrips ornatus (Ligustertrips)
        • Drepanothrips reuteri (Druiventrips)
        • Echinothrips americanus (Echinothrips americanus)
        • Frankliniella fusca (Amaryllistrips)
        • Frankliniella intonsa (Frankliniella intonsa)
        • Frankliniella occidentalis (Californische trips)
        • Frankliniella schultzei (Katoenknoppentrips)
        • Heliothrips haemorrhoidalis (Gewone kastrips)
        • Hercinothrips femoralis (Kastrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)
        • Limothrips cerealium (Kleine graantrips)
        • Limothrips denticornis (Grote graantrips)
        • Parthenothrips dracaenae (Gestreepte kastrips)
        • Stenothrips graminum (Havertrips)
        • Taeniothrips inconsequens (Perentrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Thrips fuscipennis (Rozentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips palmi (Thrips palmi)
        • Thrips setosus (Thrips setosus)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)

18 - Sluitkool

DTG versie 2.0 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Sluitkoolachtigen
        • Sluitkool

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Mamestra brassicae (Kooluil)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)
        • Argyrotaenia (Argyrotaenia soorten)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Hedya nubiferana (Groene knopbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Archips podana (Grote appelbladroller)
        • Archips rosana (Heggenbladroller)
        • Archips sp.
        • Ditula angustiorana (Rhododendronbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Adoxophyes sp.
        • Cydia pomonella (Fruitmot, Appelbladroller)
        • Cydia splendana (Okkernootmot, Laspeyresia splendana)
        • Eupoecilia ambiguella (Blauw smalsnuitje)
        • Cnephasia communana (Erwtetopbladroller)
        • Cnephasia longana (Scheuttopbladroller)
        • Cnephasia virgaureana (Erwtentopbladroller)
        • Enarmonia formosana (Schorsboorder)
        • Epinotia tedella (Sparrenbladroller)
        • Gypsonoma aceriana (Populierenscheutboorder)
        • Rhyacionia buoliana (Dennenlotvlinder)
        • Rhyacionia duplana (Dennentopboorder)
        • Retinia resinella (Harsbuilvlinder)
        • Pseudococcyx turionella (Dennenknopvlinder) (Dennenknopvlinder)
        • Grapholita funebrana (Pruimenmot, Cydia funebrana)
        • Grapholita molesta (Perzikmot, Cydia molesta)
        • Cydia nigricana (Erwtenpeulboorder)
        • Laspeyresia pactolana (Kerstsparscheutboorder)
        • Cydia splendana (Okkernootmot)
        • Notocelia uddmanniana (Bramenbladroller)
        • Orthotaenia undulana (Brandnetelbladroller)
        • Pammene rhediella (Vroege fruitmot)
        • Pandemis (Pandemis soorten)
        • Pandemis heparana (Leverkleurige bladroller)
        • Pandemis cerasana (Kersenbladroller)
        • Lobesia botrana (Druivenbladroller, trosrups)
        • Ptycholoma lecheana (Geelbuikbladroller)
        • Rhopobota unipunctana (Topspinner)
        • Sparganothis pilleriana (Aardbeibladroller) (Aardbeibladroller)
        • Syndemis musculana (Herfstbladroller)
        • Spilonota ocellana (Rode knopbladroller)
        • Spilonota sp.
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Tortrix viridana (Groene eikenbladroller)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris brassicae (Groot koolwitje)
        • Pieris rapae (Klein koolwitje)

19 - Spruitkool

DTG versie 2.0 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 6
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Sluitkoolachtigen
        • Spruitkool

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Mamestra brassicae (Kooluil)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)
        • Argyrotaenia (Argyrotaenia soorten)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Hedya nubiferana (Groene knopbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Archips podana (Grote appelbladroller)
        • Archips rosana (Heggenbladroller)
        • Archips sp.
        • Ditula angustiorana (Rhododendronbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Adoxophyes sp.
        • Cydia pomonella (Fruitmot, Appelbladroller)
        • Cydia splendana (Okkernootmot, Laspeyresia splendana)
        • Eupoecilia ambiguella (Blauw smalsnuitje)
        • Cnephasia communana (Erwtetopbladroller)
        • Cnephasia longana (Scheuttopbladroller)
        • Cnephasia virgaureana (Erwtentopbladroller)
        • Enarmonia formosana (Schorsboorder)
        • Epinotia tedella (Sparrenbladroller)
        • Gypsonoma aceriana (Populierenscheutboorder)
        • Rhyacionia buoliana (Dennenlotvlinder)
        • Rhyacionia duplana (Dennentopboorder)
        • Retinia resinella (Harsbuilvlinder)
        • Pseudococcyx turionella (Dennenknopvlinder) (Dennenknopvlinder)
        • Grapholita funebrana (Pruimenmot, Cydia funebrana)
        • Grapholita molesta (Perzikmot, Cydia molesta)
        • Cydia nigricana (Erwtenpeulboorder)
        • Laspeyresia pactolana (Kerstsparscheutboorder)
        • Cydia splendana (Okkernootmot)
        • Notocelia uddmanniana (Bramenbladroller)
        • Orthotaenia undulana (Brandnetelbladroller)
        • Pammene rhediella (Vroege fruitmot)
        • Pandemis (Pandemis soorten)
        • Pandemis heparana (Leverkleurige bladroller)
        • Pandemis cerasana (Kersenbladroller)
        • Lobesia botrana (Druivenbladroller, trosrups)
        • Ptycholoma lecheana (Geelbuikbladroller)
        • Rhopobota unipunctana (Topspinner)
        • Sparganothis pilleriana (Aardbeibladroller) (Aardbeibladroller)
        • Syndemis musculana (Herfstbladroller)
        • Spilonota ocellana (Rode knopbladroller)
        • Spilonota sp.
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Tortrix viridana (Groene eikenbladroller)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris brassicae (Groot koolwitje)
        • Pieris rapae (Klein koolwitje)

20 - Stamslaboon

DTG versie 2.0 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van juni tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 6
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 10 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Peulgroenten
      • Boon met peul
        • Stamslaboon

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Phlaeothripidae
        • Haplothrips aculeatus (Roggetrips)
        • Liothrips vaneeckei (Lelietrips)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Chaetanaphothrips orchidii (Orchideetrips)
        • Dendrothrips ornatus (Ligustertrips)
        • Drepanothrips reuteri (Druiventrips)
        • Echinothrips americanus (Echinothrips americanus)
        • Frankliniella fusca (Amaryllistrips)
        • Frankliniella intonsa (Frankliniella intonsa)
        • Frankliniella occidentalis (Californische trips)
        • Frankliniella schultzei (Katoenknoppentrips)
        • Heliothrips haemorrhoidalis (Gewone kastrips)
        • Hercinothrips femoralis (Kastrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)
        • Limothrips cerealium (Kleine graantrips)
        • Limothrips denticornis (Grote graantrips)
        • Parthenothrips dracaenae (Gestreepte kastrips)
        • Stenothrips graminum (Havertrips)
        • Taeniothrips inconsequens (Perentrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Thrips fuscipennis (Rozentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips palmi (Thrips palmi)
        • Thrips setosus (Thrips setosus)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)

21 - Stengelkool

DTG versie 2.0 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Stengelkool
        • Koolrabi

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Mamestra brassicae (Kooluil)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)
        • Argyrotaenia (Argyrotaenia soorten)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Hedya nubiferana (Groene knopbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Archips podana (Grote appelbladroller)
        • Archips rosana (Heggenbladroller)
        • Archips sp.
        • Ditula angustiorana (Rhododendronbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Adoxophyes sp.
        • Cydia pomonella (Fruitmot, Appelbladroller)
        • Cydia splendana (Okkernootmot, Laspeyresia splendana)
        • Eupoecilia ambiguella (Blauw smalsnuitje)
        • Cnephasia communana (Erwtetopbladroller)
        • Cnephasia longana (Scheuttopbladroller)
        • Cnephasia virgaureana (Erwtentopbladroller)
        • Enarmonia formosana (Schorsboorder)
        • Epinotia tedella (Sparrenbladroller)
        • Gypsonoma aceriana (Populierenscheutboorder)
        • Rhyacionia buoliana (Dennenlotvlinder)
        • Rhyacionia duplana (Dennentopboorder)
        • Retinia resinella (Harsbuilvlinder)
        • Pseudococcyx turionella (Dennenknopvlinder) (Dennenknopvlinder)
        • Grapholita funebrana (Pruimenmot, Cydia funebrana)
        • Grapholita molesta (Perzikmot, Cydia molesta)
        • Cydia nigricana (Erwtenpeulboorder)
        • Laspeyresia pactolana (Kerstsparscheutboorder)
        • Cydia splendana (Okkernootmot)
        • Notocelia uddmanniana (Bramenbladroller)
        • Orthotaenia undulana (Brandnetelbladroller)
        • Pammene rhediella (Vroege fruitmot)
        • Pandemis (Pandemis soorten)
        • Pandemis heparana (Leverkleurige bladroller)
        • Pandemis cerasana (Kersenbladroller)
        • Lobesia botrana (Druivenbladroller, trosrups)
        • Ptycholoma lecheana (Geelbuikbladroller)
        • Rhopobota unipunctana (Topspinner)
        • Sparganothis pilleriana (Aardbeibladroller) (Aardbeibladroller)
        • Syndemis musculana (Herfstbladroller)
        • Spilonota ocellana (Rode knopbladroller)
        • Spilonota sp.
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Tortrix viridana (Groene eikenbladroller)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris brassicae (Groot koolwitje)
        • Pieris rapae (Klein koolwitje)

22 - Veldboon

DTG versie 2.0 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Toepassingstijdstip Van mei tot en met juni
Aantal toepassingen per teeltcyclus 6
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is vastgesteld voor de genoemde dosering per toepassing en niet voor verlaagde doseringen.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Groenbemesters
      • Vlinderbloemige groenbemesters
        • Veldboon

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Sitona lineatus (Bladrandkever)

Etikettering

Component 1

Professioneel - Gevaar

Gevarenaanduidingen

Code Aanduiding
H373 Kan schade aan organen <of alle betrokken organen vermelden indien bekend> veroorzaken bij langdurige of herhaalde blootstelling.
H410 Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
H318 Veroorzaakt ernstig oogletsel
H226 Ontvlambare vloeistof en damp.
H332 Schadelijk bij inademing.
H317 Kan een allergische huidreactie veroorzaken.
H304 Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt.
EUH401 Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
H302 Schadelijk bij inslikken.

Veiligheidsaanbevelingen

Code Aanbeveling
SPo 2 Was alle beschermende kleding na gebruik.
P210 Verwijderd houden van warmte, hete oppervlakken, vonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen. Niet roken.
P331 GEEN braken opwekken.
P261 Inademing van stof/rook/gas/nevel/damp/spuitnevel vermijden.
P305 + P351 + P338 BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen.
P501 Inhoud/verpakking afvoeren naar ....
P280 Beschermende handschoenen/beschermende kleding/oogbescherming/gelaatsbescherming dragen.
P301 + P310 NA INSLIKKEN: Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM/arts/... raadplegen.
P304 + P340 NA INADEMING: de persoon in de frisse lucht brengen en ervoor zorgen dat deze gemakkelijk kan ademen.
SP 1 Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.
P303 + P361 + P353 BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar): verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken. Huid met water afspoelen/afdouchen.

Bijzonderheden

Kindveilige sluiting Nee
Tastbare aanduiding Nee

Disclaimer

Dit is een samenvatting van de toelatingsgegevens. Raadpleeg voor de complete informatie altijd het wettelijk gebruiksvoorschrift en het etiket.

Terug naar overzicht