Download

Imex-Deltamethrin E.C. 25

Gewasbeschermingsmiddel

Toelatingsnummer 10135
Startdatum 20-11-1998
Expiratiedatum 1-1-2023
Formulering Emulgeerbaar concentraat
Aard werking Insecticide
Toelatingshouder R. van Wesemael B.V.

Stof(fen)

CAS Nummer Naam Type Gehalte/Eenheid
52918-63-5 deltamethrin Werkzame stof 25 G/L

Actuele gebruiksvoorschriften

Professioneel
Code Startdatum Einddatum Document
W4 1-1-2018 1-1-2023 Download

Voorgaande gebruiksvoorschriften

Professioneel
Code Opgebruiktermijn Aflevertermijn Document
W3 1-7-2019 1-7-2018 Download
W2 17-1-2017 17-1-2017 -

Toepassingen

1 -

DTG versie 2.1 0 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 60
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 150 tot 400 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bolbloemen en knolbloemen
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Coccoidea (Schildluizen, Dopluizen, Wolluizen, Coccoideaceae)
      • Diaspididae (Schildluizen)
        • Aspidiotus nerii (Kasschildluis)
        • Carulaspis visci (Jeneverbesschildluis) (Jeneverbesschildluis)
        • Chionaspis salicis (Wilgenschildluis) (Wilgenschildluis)
        • Epidiaspis leperii (Rode perenschildluis) (Rode perenschildluis)
        • Lepidosaphes ulmi (Kommaschildluis) (Kommaschildluis)
        • Diaspidiotus gigas (Populierenschildluis) (Populierenschildluis)
        • Diaspidiotus ostraeformis (Oestervormige vruchtboomschildluis) (Oestervormige vruchtboomschildluis)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
      • Coccidae (Dopluizen)
        • Coccus hesperidum (Platte dopluis)
        • Eulecanium bituberculatum (Knobbeldopluis) (Knobbeldopluis)
        • Parthenolecanium corni (Gewone dopluis) (Gewone dopluis)
        • Eulecanium crudum (Taxusdopluis)
        • Eulecanium tiliae (Hazeldopluis)
        • Physokermes piceae (Sparrendopluis)
        • Pulvinaria floccifera (Lange wollige dopluis) (Lange wollige dopluis)
        • Pulvinaria vitis (Wollige dopluis)
        • Diaspidiotus pyri (Oestervormige vruchtboomschildluis)
        • Saissetia coffeae (Halveboldopluis)
        • Parasaissetia nigra (Zwarte dopluis)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)

2 -

DTG versie 2.1 0 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 15 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 150 tot 400 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bolbloemen en knolbloemen
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)

3 - Aalbes, Kruisbes

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 50 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,24 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,72 L/ha
Watervolumeschaal Van 1000 tot 1200 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Fruitgewassen
    • Kleinfruit
      • Bessen
        • Aalbes
        • Kruisbes

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
      • Tenthredinidae
        • Nematus ribesii (Bessenbladwesp)
    • Heteroptera (Wantsen)
      • Miridae (Blindwantsen)
        • Lygocoris pabulinus (Groene appelwants)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Phlogophora meticulosa (Agaatvlinder)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)

4 - Aardappelen

DTG versie 2.1 4 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van mei tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Consumptieaardappel
      • Pootaardappel
      • Zetmeelaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Chrysomelidae (Bladhaantjes)
        • Leptinotarsa decemlineata (Coloradokever) (Coloradokever)

5 - Aardbei

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 50 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,4 L/ha
Watervolumeschaal Van 600 tot 1000 L/ha
Veiligheidstermijn 3 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Fruitgewassen
    • Kleinfruit
      • Aardbei

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Anthonomus rubi (Aardbeibloesemkever)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Bemisia tabaci (Tabakswittevlieg)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Phlogophora meticulosa (Agaatvlinder)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)

6 - Aardbei

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 50 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,12 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,24 L/ha
Watervolumeschaal Van 300 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 3 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Fruitgewassen
    • Kleinfruit
      • Aardbei

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Anthonomus rubi (Aardbeibloesemkever)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Phlogophora meticulosa (Agaatvlinder)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)

7 - Asperge

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 50 tot en met 90
Toepassingstijdstip Van juli tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Stengelgroenten
      • Asperge

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Chrysomelidae (Bladhaantjes)
        • Crioceris asparagi (Blauwe aspergekever) (Blauwe aspergekever)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Tephritidae (Boorvliegen)
        • Platyparea poeciloptera (Aspergevlieg) (Aspergevlieg)

8 - Bieten

DTG versie 2.1 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 30 tot en met 49
Toepassingstijdstip Van mei tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,3 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 30 dagen
Opmerkingen Geclaimd organisme: het betreft de rupsen van de gamma uil. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Bieten
      • Suikerbiet
      • Voederbiet

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)

9 - Blauwmaanzaad, Vlas, Vlas

DTG versie 2.1 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van mei tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,3 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 60 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Oliehoudende zaden
      • Blauwmaanzaad
      • Vlas
    • Vezelgewassen
      • Vlas

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)

10 - Bloembol- en bloemknolgewassen

DTG versie 2.1 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 15 tot en met 60
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,5 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1000 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bloembollen en bloemknollen
      • Bolbloemen en knolbloemen
        • Alstroemeria
        • Freesia
        • Gladiool
        • Iris
        • Lelie
        • Overige Bolbloemen en knolbloemen
        • Ranunculus
        • Tulp
        • Zantedeschia/Calla/Aronskelk
      • Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Anemoon
        • Blauwe druifjes
        • Iris
        • Krokus
        • Narcis
        • Overige Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Sierui
        • Sneeuwroem
        • Sterhyacint
        • Tulp
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Cyclaam
        • Dahlia
        • Freesia
        • Gladiool
        • Lelie
        • Nerine
        • Overige Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Ranonkel
        • Zantedeschia/Calla/Aronskelk

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Coccoidea (Schildluizen, Dopluizen, Wolluizen, Coccoideaceae)
      • Diaspididae (Schildluizen)
        • Aspidiotus nerii (Kasschildluis)
        • Carulaspis visci (Jeneverbesschildluis) (Jeneverbesschildluis)
        • Chionaspis salicis (Wilgenschildluis) (Wilgenschildluis)
        • Epidiaspis leperii (Rode perenschildluis) (Rode perenschildluis)
        • Lepidosaphes ulmi (Kommaschildluis) (Kommaschildluis)
        • Diaspidiotus gigas (Populierenschildluis) (Populierenschildluis)
        • Diaspidiotus ostraeformis (Oestervormige vruchtboomschildluis) (Oestervormige vruchtboomschildluis)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
      • Coccidae (Dopluizen)
        • Coccus hesperidum (Platte dopluis)
        • Eulecanium bituberculatum (Knobbeldopluis) (Knobbeldopluis)
        • Parthenolecanium corni (Gewone dopluis) (Gewone dopluis)
        • Eulecanium crudum (Taxusdopluis)
        • Eulecanium tiliae (Hazeldopluis)
        • Physokermes piceae (Sparrendopluis)
        • Pulvinaria floccifera (Lange wollige dopluis) (Lange wollige dopluis)
        • Pulvinaria vitis (Wollige dopluis)
        • Diaspidiotus pyri (Oestervormige vruchtboomschildluis)
        • Saissetia coffeae (Halveboldopluis)
        • Parasaissetia nigra (Zwarte dopluis)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

11 - Bloemisterijgewassen

DTG versie 2.1 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 60
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,5 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1000 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloemisterijgewassen
      • Potplanten
        • Chrysant
        • Cyclaam
        • Ficus
        • Lepelplant
        • Orchidee
        • Overige Potplanten
        • Phalaenopsis
        • Roos
      • Snijbloemen
        • Alstroemeria
        • Anjer
        • Chrysant
        • Eustoma
        • Freesia
        • Lelie
        • Overige Snijbloemen
        • Pioenroos
        • Roos
        • Tulp
      • Snijgroen
        • Asparagus
        • Ilex
        • Maranta
        • Polystichum
        • Ruscus
      • Trekheesters
        • Chinees klokje
        • Ilex
        • Prunus
        • Sering
        • Skimmia

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
    • Coccoidea (Schildluizen, Dopluizen, Wolluizen, Coccoideaceae)
      • Diaspididae (Schildluizen)
        • Aspidiotus nerii (Kasschildluis)
        • Carulaspis visci (Jeneverbesschildluis) (Jeneverbesschildluis)
        • Chionaspis salicis (Wilgenschildluis) (Wilgenschildluis)
        • Epidiaspis leperii (Rode perenschildluis) (Rode perenschildluis)
        • Lepidosaphes ulmi (Kommaschildluis) (Kommaschildluis)
        • Diaspidiotus gigas (Populierenschildluis) (Populierenschildluis)
        • Diaspidiotus ostraeformis (Oestervormige vruchtboomschildluis) (Oestervormige vruchtboomschildluis)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
      • Coccidae (Dopluizen)
        • Coccus hesperidum (Platte dopluis)
        • Eulecanium bituberculatum (Knobbeldopluis) (Knobbeldopluis)
        • Parthenolecanium corni (Gewone dopluis) (Gewone dopluis)
        • Eulecanium crudum (Taxusdopluis)
        • Eulecanium tiliae (Hazeldopluis)
        • Physokermes piceae (Sparrendopluis)
        • Pulvinaria floccifera (Lange wollige dopluis) (Lange wollige dopluis)
        • Pulvinaria vitis (Wollige dopluis)
        • Diaspidiotus pyri (Oestervormige vruchtboomschildluis)
        • Saissetia coffeae (Halveboldopluis)
        • Parasaissetia nigra (Zwarte dopluis)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

12 - Bloemisterijgewassen

DTG versie 2.1 33 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 60
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,5 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1000 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloemisterijgewassen
      • Potplanten
        • Chrysant
        • Cyclaam
        • Ficus
        • Lepelplant
        • Orchidee
        • Overige Potplanten
        • Phalaenopsis
        • Roos
      • Snijbloemen
        • Alstroemeria
        • Anjer
        • Chrysant
        • Eustoma
        • Freesia
        • Lelie
        • Overige Snijbloemen
        • Pioenroos
        • Roos
        • Tulp
      • Snijgroen
        • Asparagus
        • Ilex
        • Maranta
        • Polystichum
        • Ruscus
      • Trekheesters
        • Chinees klokje
        • Ilex
        • Prunus
        • Sering
        • Skimmia

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
    • Coccoidea (Schildluizen, Dopluizen, Wolluizen, Coccoideaceae)
      • Diaspididae (Schildluizen)
        • Aspidiotus nerii (Kasschildluis)
        • Carulaspis visci (Jeneverbesschildluis) (Jeneverbesschildluis)
        • Chionaspis salicis (Wilgenschildluis) (Wilgenschildluis)
        • Epidiaspis leperii (Rode perenschildluis) (Rode perenschildluis)
        • Lepidosaphes ulmi (Kommaschildluis) (Kommaschildluis)
        • Diaspidiotus gigas (Populierenschildluis) (Populierenschildluis)
        • Diaspidiotus ostraeformis (Oestervormige vruchtboomschildluis) (Oestervormige vruchtboomschildluis)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
      • Coccidae (Dopluizen)
        • Coccus hesperidum (Platte dopluis)
        • Eulecanium bituberculatum (Knobbeldopluis) (Knobbeldopluis)
        • Parthenolecanium corni (Gewone dopluis) (Gewone dopluis)
        • Eulecanium crudum (Taxusdopluis)
        • Eulecanium tiliae (Hazeldopluis)
        • Physokermes piceae (Sparrendopluis)
        • Pulvinaria floccifera (Lange wollige dopluis) (Lange wollige dopluis)
        • Pulvinaria vitis (Wollige dopluis)
        • Diaspidiotus pyri (Oestervormige vruchtboomschildluis)
        • Saissetia coffeae (Halveboldopluis)
        • Parasaissetia nigra (Zwarte dopluis)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

13 - Bloemkoolachtigen

DTG versie 2.1 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 49
Toepassingstijdstip Van mei tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Bloemkoolachtigen
        • Bloemkool
        • Broccoli

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
      • Pyralidae (Snuitmotten)
        • Evergestis forficalis (Late koolmot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)

14 - Boomkwekerijgewassen

DTG versie 2.1 108 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 40 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,24 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,72 L/ha
Watervolumeschaal Van 300 tot 1200 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Boomkwekerijgewassen
      • Bos- en haagplantsoen
        • Beuk
        • Den
        • Els
        • Es
        • Esdoorn
        • Hazelaar
        • Iep
        • Kornoelje
        • Lariks
        • Levensboom
        • Overige Bos- en haagplantsoen
        • Populier
        • Taxus
        • Zilverspar
      • Coniferen
        • Ceder
        • Den
        • Dwergcipres
        • Jeneverbes
        • Lariks
        • Levensboom
        • Leylandcipres
        • Overige Coniferen
        • Spar
        • Taxus
        • Zilverspar
      • Heide soorten
        • Dophei
        • Overige Heide soorten
        • Rododendron
        • Struikhei
      • Kerstbomen
        • Spar
        • Zilverspar
      • Klimplanten
        • Actinidia
        • Blauweregen
        • Bosrank
        • Druif
        • Overige Klimplanten
      • Laanbomen
        • Acasia
        • Berk
        • Beuk
        • Christusdoorn
        • Eik
        • Els
        • Es
        • Esdoorn
        • Haagbeuk
        • Hazelaar
        • Iep
        • Kornoelje
        • Lijsterbes
        • Linde
        • Magnolia
        • Overige Laanbomen
        • Paardenkastanje
        • Plantaan
        • Populier
        • Prunus
        • Walnoot
        • Wilg
      • Rozen
        • Roos
      • Sierheesters
        • Aalbes
        • Bosbes
        • Braam
        • Buxus
        • Chinees klokje
        • Eik
        • Esdoorn
        • Hazelaar
        • Hebe
        • Hibiscus
        • Hortensia
        • Ilex
        • Kornoelje
        • Mahonie
        • Overige Sierheesters
        • Prunus
        • Skimmia
        • Sneeuwbal
        • Zwarte bes
      • Vruchtbomen en - struiken
        • Aalbes
        • Abrikoos
        • Bosbes
        • Braam
        • Corylus avellana
        • Druif
        • Framboos
        • Kiwi/ Chinese kruisbes
        • Kruisbes
        • Kweepeer/ kweeappel
        • Mispel
        • Overige Vruchtbomen en - struiken
        • Peer
        • Perzik
        • Pruim
        • Walnoot
        • Wilde appel
        • Zoete kers
        • Zure kers
        • Zwarte bes

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Cecidomyiidae (Galmuggen)
        • Rabdophaga terminalis (Wilgentopgalmug) (Wilgentopgalmug)
        • Arnoldiola quercus (Eikentopgalmug)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

15 - Boomkwekerijgewassen

DTG versie 2.1 108 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 40 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,15 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,45 L/ha
Watervolumeschaal Van 250 tot 750 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Boomkwekerijgewassen
      • Bos- en haagplantsoen
        • Beuk
        • Den
        • Els
        • Es
        • Esdoorn
        • Hazelaar
        • Iep
        • Kornoelje
        • Lariks
        • Levensboom
        • Overige Bos- en haagplantsoen
        • Populier
        • Taxus
        • Zilverspar
      • Coniferen
        • Ceder
        • Den
        • Dwergcipres
        • Jeneverbes
        • Lariks
        • Levensboom
        • Leylandcipres
        • Overige Coniferen
        • Spar
        • Taxus
        • Zilverspar
      • Heide soorten
        • Dophei
        • Overige Heide soorten
        • Rododendron
        • Struikhei
      • Kerstbomen
        • Spar
        • Zilverspar
      • Klimplanten
        • Actinidia
        • Blauweregen
        • Bosrank
        • Druif
        • Overige Klimplanten
      • Laanbomen
        • Acasia
        • Berk
        • Beuk
        • Christusdoorn
        • Eik
        • Els
        • Es
        • Esdoorn
        • Haagbeuk
        • Hazelaar
        • Iep
        • Kornoelje
        • Lijsterbes
        • Linde
        • Magnolia
        • Overige Laanbomen
        • Paardenkastanje
        • Plantaan
        • Populier
        • Prunus
        • Walnoot
        • Wilg
      • Rozen
        • Roos
      • Sierheesters
        • Aalbes
        • Bosbes
        • Braam
        • Buxus
        • Chinees klokje
        • Eik
        • Esdoorn
        • Hazelaar
        • Hebe
        • Hibiscus
        • Hortensia
        • Ilex
        • Kornoelje
        • Mahonie
        • Overige Sierheesters
        • Prunus
        • Skimmia
        • Sneeuwbal
        • Zwarte bes
      • Vruchtbomen en - struiken
        • Aalbes
        • Abrikoos
        • Bosbes
        • Braam
        • Corylus avellana
        • Druif
        • Framboos
        • Kiwi/ Chinese kruisbes
        • Kruisbes
        • Kweepeer/ kweeappel
        • Mispel
        • Overige Vruchtbomen en - struiken
        • Peer
        • Perzik
        • Pruim
        • Walnoot
        • Wilde appel
        • Zoete kers
        • Zure kers
        • Zwarte bes

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Cecidomyiidae (Galmuggen)
        • Rabdophaga terminalis (Wilgentopgalmug) (Wilgentopgalmug)
        • Arnoldiola quercus (Eikentopgalmug)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

16 - Braam

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 50 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,24 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,72 L/ha
Watervolumeschaal Van 1000 tot 1200 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Fruitgewassen
    • Kleinfruit
      • Braam- en framboos-achtigen (Rubus spp.)
        • Braam

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Byturidae (Frambozenkevers)
        • Byturus fumatus (Frambozenkever)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Anthonomus rubi (Aardbeibloesemkever)
    • Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
      • Tenthredinidae
        • Metallus pumilus (Bramenmineerwesp)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Phlogophora meticulosa (Agaatvlinder)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)

17 - Consumptieaardappel, Zetmeelaardappel

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Consumptieaardappel
      • Zetmeelaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)

18 - Cultuurgrasland, Zwenkgras, Raaigras, Overige grassen, Sportveld, Beemdlangbloem, Bosbeemdgras, Overige beemdgrassen, Moerasbeemdgras

DTG versie 2.1 30 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 70
Toepassingstijdstip Van september tot en met november
Aantal toepassingen per 12 maanden 1
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,3 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 30 dagen
Opmerkingen veiligheidstermijn: 30 dagen tussen toepassing en maaien ten behoeve van voerderdoeleinden. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Graszaadteelt
      • Beemdgras
        • Beemdlangbloem
        • Bosbeemdgras
        • Moerasbeemdgras
        • Overige beemdgrassen
      • Overige grassen
        • Fakkelgras
        • Kamgras
        • Kropaar
        • Overige graszaadgewassen
        • Ruwe smele
        • Struisgras
        • Timothee
      • Raaigras
        • Engels raaigras
        • Frans raaigras
        • Gekruist raaigras
        • Italiaans raaigras
        • Overige raaigrassen
        • Westerwolds raaigras
      • Zwenkgras
        • Hardzwenkgras
        • Overige zwenkgrassen
        • Rietzwenkgras
        • Roodzwenkgras
  • Cultuurgrasland
    • Graszodenteelt
    • Voedergrasland
      • Maaigrasland
      • Weiland
  • Openbaar groen en particuliere tuinen
    • Grasvegetatie
      • Sportveld

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Bibionidae (Zwarte vliegen)
        • Dilophus febrilis (Kleine rouwvlieg)

19 - Droog te oogsten erwten, Witte boon, Bruine boon, Kievitsboon, Sojaboon, Gele boon

DTG versie 2.1 15 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Peulvruchten
      • Droog te oogsten bonen
        • Bruine boon
        • Gele boon
        • Kievitsboon
        • Sojaboon
        • Witte boon
      • Droog te oogsten erwten
        • Gele erwt
        • Grauwe erwt
        • Groene erwt
        • Kapucijner
        • Kikkererwt
        • Linze
        • Rozijnenerwt
        • Schokker
        • Suikererwt

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Cydia nigricana (Erwtenpeulboorder)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Sitona lineatus (Bladrandkever)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

20 - Framboos

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 50 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,24 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,72 L/ha
Watervolumeschaal Van 1000 tot 1200 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Fruitgewassen
    • Kleinfruit
      • Braam- en framboos-achtigen (Rubus spp.)
        • Framboos

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Byturidae (Frambozenkevers)
        • Byturus fumatus (Frambozenkever)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Anthonomus rubi (Aardbeibloesemkever)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Phlogophora meticulosa (Agaatvlinder)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Tortricidae (Bladrollers)
        • Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller)
        • Adoxophyes orana (Vruchtbladroller)
        • Clepsis spectrana (Koolbladroller)
        • Celypha lacunana (Brandnetelbladroller)
        • Acleris latifasciana (Azaleabladroller)

21 - Granen

DTG versie 2.1 14 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 70
Toepassingstijdstip Van april tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,25 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,5 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 30 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Granen
      • Overige granen
      • Wintergraan
        • Kanariezaad (kanariegras)
        • Spelt
        • Triticale
        • Wintergerst
        • Winterrogge
        • Wintertarwe
      • Zomergraan
        • Haver
        • Zomergerst
        • Zomerrogge
        • Zomertarwe

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)

22 - Granen

DTG versie 2.1 14 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 70
Toepassingstijdstip Van september tot en met november
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,25 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,5 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 30 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Granen
      • Overige granen
      • Wintergraan
        • Kanariezaad (kanariegras)
        • Spelt
        • Triticale
        • Wintergerst
        • Winterrogge
        • Wintertarwe
      • Zomergraan
        • Haver
        • Zomergerst
        • Zomerrogge
        • Zomertarwe

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)

23 - Hyacint, Hyacint

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 15 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,4 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,8 L/ha
Watervolumeschaal Van 150 tot 400 L/ha
Opmerkingen Geclaimd organisme: bladluizen ter voorkoming van non persistent virus. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bolbloemen en knolbloemen
        • Overige Bolbloemen en knolbloemen
      • Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Overige Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)

24 - Hyacint, Hyacint

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 60
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,8 L/ha
Watervolumeschaal Van 150 tot 400 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bolbloemen en knolbloemen
        • Overige Bolbloemen en knolbloemen
      • Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Overige Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Coccoidea (Schildluizen, Dopluizen, Wolluizen, Coccoideaceae)
      • Diaspididae (Schildluizen)
        • Aspidiotus nerii (Kasschildluis)
        • Carulaspis visci (Jeneverbesschildluis) (Jeneverbesschildluis)
        • Chionaspis salicis (Wilgenschildluis) (Wilgenschildluis)
        • Epidiaspis leperii (Rode perenschildluis) (Rode perenschildluis)
        • Lepidosaphes ulmi (Kommaschildluis) (Kommaschildluis)
        • Diaspidiotus gigas (Populierenschildluis) (Populierenschildluis)
        • Diaspidiotus ostraeformis (Oestervormige vruchtboomschildluis) (Oestervormige vruchtboomschildluis)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
      • Coccidae (Dopluizen)
        • Coccus hesperidum (Platte dopluis)
        • Eulecanium bituberculatum (Knobbeldopluis) (Knobbeldopluis)
        • Parthenolecanium corni (Gewone dopluis) (Gewone dopluis)
        • Eulecanium crudum (Taxusdopluis)
        • Eulecanium tiliae (Hazeldopluis)
        • Physokermes piceae (Sparrendopluis)
        • Pulvinaria floccifera (Lange wollige dopluis) (Lange wollige dopluis)
        • Pulvinaria vitis (Wollige dopluis)
        • Diaspidiotus pyri (Oestervormige vruchtboomschildluis)
        • Saissetia coffeae (Halveboldopluis)
        • Parasaissetia nigra (Zwarte dopluis)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

25 - Karwij

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van mei tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 45 dagen
Opmerkingen geclaimd organisme: het betreft de rupsen. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Oliehoudende zaden
      • Karwij

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Oecophoridae (Sikkelmotten)
        • Depressaria daucella (Karwijmot)

26 - Koolzaad, Koolzaad

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 71 tot en met 78
Toepassingstijdstip Van juli tot en met augustus
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 45 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Groenbemesters
      • Kruisbloemige groenbemesters
        • Koolzaad
    • Oliehoudende zaden
      • Koolzaad

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Ceutorhynchus assimilis (Koolzaadsnuitkever) (Koolzaadsnuitkever)

27 - Koolzaad, Koolzaad

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 59
Toepassingstijdstip Van mei tot en met mei
Aantal toepassingen per teeltcyclus 1
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,2 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 45 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Groenbemesters
      • Kruisbloemige groenbemesters
        • Koolzaad
    • Oliehoudende zaden
      • Koolzaad

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Nitidulidae (Glanskevers)
        • Meligethes aeneus (Koolzaadglanskever) (Koolzaadglanskever)

28 - Maïs

DTG versie 2.1 5 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 37 tot en met 70
Toepassingstijdstip Van juni tot en met september
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 30 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Maïs
      • Corn cob mix
      • Korrelmaïs
      • Maiskolvensilage
      • Snijmaïs

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Chrysomelidae (Bladhaantjes)
        • Diabrotica virgifera subsp. virgifera (Maïskever) (Diabrotica virgifera zeae)

29 - Overige voedergewassen, Bladkoolachtigen, Bladrammenas

DTG versie 2.1 6 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 49
Toepassingstijdstip Van mei tot en met oktober
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Groenbemesters
      • Kruisbloemige groenbemesters
        • Bladrammenas
    • Voedergewassen
      • Overige voedergewassen
        • Stoppelknol
  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Bladkoolachtigen
        • Boerenkool
        • Chinese kool

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)

30 - Overige Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen, Dahlia, Nerine, Freesia, Overige Najaarsgeplante bloembollen en -knollen, Iris, Freesia, Iris, Ranunculus, Alstroemeria, Overige Bolbloemen en knolbloemen

DTG versie 2.1 11 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 60
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 150 tot 400 L/ha
Opmerkingen toepassingsgebied: bloembol- en bloemknol- gewassen m.u.v gladiool, tulp, lelie en hyacint Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Bloembol- en bloemknolgewassen
      • Bolbloemen en knolbloemen
        • Alstroemeria
        • Freesia
        • Iris
        • Overige Bolbloemen en knolbloemen
        • Ranunculus
      • Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Iris
        • Overige Najaarsgeplante bloembollen en -knollen
      • Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen
        • Dahlia
        • Freesia
        • Nerine
        • Overige Voorjaarsgeplante bloembollen en -knollen

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Coccoidea (Schildluizen, Dopluizen, Wolluizen, Coccoideaceae)
      • Diaspididae (Schildluizen)
        • Aspidiotus nerii (Kasschildluis)
        • Carulaspis visci (Jeneverbesschildluis) (Jeneverbesschildluis)
        • Chionaspis salicis (Wilgenschildluis) (Wilgenschildluis)
        • Epidiaspis leperii (Rode perenschildluis) (Rode perenschildluis)
        • Lepidosaphes ulmi (Kommaschildluis) (Kommaschildluis)
        • Diaspidiotus gigas (Populierenschildluis) (Populierenschildluis)
        • Diaspidiotus ostraeformis (Oestervormige vruchtboomschildluis) (Oestervormige vruchtboomschildluis)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
      • Coccidae (Dopluizen)
        • Coccus hesperidum (Platte dopluis)
        • Eulecanium bituberculatum (Knobbeldopluis) (Knobbeldopluis)
        • Parthenolecanium corni (Gewone dopluis) (Gewone dopluis)
        • Eulecanium crudum (Taxusdopluis)
        • Eulecanium tiliae (Hazeldopluis)
        • Physokermes piceae (Sparrendopluis)
        • Pulvinaria floccifera (Lange wollige dopluis) (Lange wollige dopluis)
        • Pulvinaria vitis (Wollige dopluis)
        • Diaspidiotus pyri (Oestervormige vruchtboomschildluis)
        • Saissetia coffeae (Halveboldopluis)
        • Parasaissetia nigra (Zwarte dopluis)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips simplex (Gladiolentrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

31 - Paddenstoelenteelt

DTG versie 2.1 5 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Binnen
Toepassingsmethoden Ruimtebehandeling
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Maximum middeldosis 0,00003 L/m³
Veiligheidstermijn 3 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 3ml/100m3. Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld. Maximaal aantal liter per ha per teeltcyclus of per 12 maanden: 6 mL/ 100 vierkante meter of 6 mL per kubieke meter. Minimum interval tussen toepassingen: 3 dagen voor de eerste vlucht en 3 dagen voor de tweede vlucht.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Paddenstoelenteelt
    • Eetbare paddenstoelen
      • Champignon
      • Oesterzwam
      • Overige paddestoelen

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Phoridae (Bochelvliegen)
        • Megaselia halterata (Champignonvlieg) (Champignongalmug, Champignonvlieg)
      • Sciaridae (Rouwmuggen)
        • Plastosciara perniciosa (Komkommermug)
        • Lycoriella castanescens (Champignonmug) (Champignongalmug, Champignonmug)
        • Bradysia ocellaris (Varenrouwmug)

32 - Paddenstoelenteelt

DTG versie 2.1 5 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Binnen
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Maximum middeldosis 0,03 ml/m²
Watervolumeschaal Van 5000 tot 10000 L/ha
Veiligheidstermijn 3 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld. Maximaal aantal liter per ha per teeltcyclus of per 12 maanden: 6 mL/ 100 vierkante meter of 6 mL per kubieke meter. Minimum interval tussen toepassingen: 3 dagen voor de eerste vlucht en 3 dagen voor de tweede vlucht.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Paddenstoelenteelt
    • Eetbare paddenstoelen
      • Champignon
      • Oesterzwam
      • Overige paddestoelen

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Phoridae (Bochelvliegen)
        • Megaselia halterata (Champignonvlieg) (Champignongalmug, Champignonvlieg)
      • Sciaridae (Rouwmuggen)
        • Plastosciara perniciosa (Komkommermug)
        • Lycoriella castanescens (Champignonmug) (Champignongalmug, Champignonmug)
        • Bradysia ocellaris (Varenrouwmug)

33 - Peulgroenten

DTG versie 2.1 19 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 80
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Peulgroenten
      • Boon met peul
        • Kouseband
        • Pronkboon
        • Stamslaboon
        • Stamsnijboon
        • Stokslaboon
        • Stoksnijboon
      • Boon zonder peul
        • Flageolet
        • Limaboon
        • Tuinboon
      • Erwt met peul
        • Asperge-erwt
        • Peul
        • Suikererwt
      • Erwt zonder peul
        • Doperwt
        • Kapucijner

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Bibionidae (Zwarte vliegen)
        • Dilophus febrilis (Kleine rouwvlieg)
    • Coleoptera (Kevers)
      • Curculionidae (Snuitkevers)
        • Sitona lineatus (Bladrandkever)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

34 - Pootaardappel

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van april tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Geclaimd organisme: Bladluizen(Y-virus): Bladluis ter voorkoming van non persistent virus. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Pootaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)

35 - Pootaardappel

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 10 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van april tot en met juli
Aantal toepassingen per teeltcyclus 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,4 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen geclaimd organisme: bladluizen(aardappelrolvirus = PLRV-virus): bladluizen ter voorkoming van persistent virus. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Aardappelen
      • Pootaardappel

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aphididae (Bladluizen)
        • Staticobium limonii
        • Acyrthosiphon pisum (Erwtenbladluis)
        • Acyrthosiphon scariolae (Acyrthosiphon scariolae)
        • Amphorophora agathonica (Amphorophora agathonica)
        • Amphorophora idaei (Grote frambozenluis)
        • Wahlgreniella nervata (Amerikaanse rozenluis)
        • Amphorophora rubi (Grote bramenluis)
        • Anuraphis farfarae (Vouwgalluis)
        • Brachycaudus helichrysi (Groene kortstaartluis) (Groene kortstaartluis)
        • Brachycaudus persicae (Zwarte kortstaartluis) (Zwarte kortstaartluis)
        • Aphis grossulariae (Kruisbessenluis)
        • Aphis citricidus (Aphis citricidus)
        • Aphis craccivora (Zwarte wikkeluis)
        • Aphis cytisorum (Goudenregenluis)
        • Aphis euonymi (Bruine kardinaalsmutsluis)
        • Aphis fabae (Zwarte bonenluis)
        • Aphis frangulae (Wegedoornluis)
        • Aphis forbesi (Kleine aardbeiluis)
        • Aphis farinosa (Kleine wilgenluis)
        • Aphis gossypii (Katoenluis)
        • Aphis hederae (Zwarte klimopluis)
        • Aphis ilicis (Hulstluis)
        • Aphis idaei (Kleine frambozenluis)
        • Aphis maidiradicis (Aphis maidiradicis)
        • Aphis ruborum (Kleine bramenluis)
        • Aphis nasturtii (Vuilboomluis)
        • Aphis newtoni (Zwartbruine irisluis)
        • Aphis pomi (Groene appeltakluis)
        • Aphis rumicis (Ridderzuringluis)
        • Aphis sambuci (Vlierluis)
        • Aphis schneideri (Kleine bessenluis)
        • Aphis spiraecola
        • Aphis viburni (Zwarte sneeuwballuis)
        • Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) (Gevlekte kortstaartluis)
        • Acyrthosiphon malvae rogersii (Rogers'luis)
        • Brachycaudus cardui (Distelkortstaartluis)
        • Brevicoryne brassicae (Melige koolluis) (Melige koolluis)
        • Cinara pectinatae (Groengestreepte takluis)
        • Tetraneura ulmi (Iep-grasluis)
        • Cavariella aegopodii (Zevenbladluis) (Zevenbladluis)
        • Cavariella capreae
        • Cavariella pastinacae (Groene pastinaakluis)
        • Cavariella theobaldi (Groene pastinaakluis) (Groene pastinaakluis)
        • Cerataphis orchidearum (Witgerande orchideeluis)
        • Chromaphis juglandicola (Gele okkernootbladluis) (Gele okkernootbladluis)
        • Chaetosiphon fragaefolii (Aardbeiknotshaarluis) (Aardbeiknotshaarluis)
        • Chaetosiphon jacobi
        • Chaetosiphon tetrarhodum
        • Chaetosiphon thomasi
        • Cinara pini (Lotluis)
        • Cinara (Dennentakluis soorten)
        • Cinara piceae (Fijnsparstamluis)
        • Callaphis juglandis (Bonte okkernootbladluis)
        • Coloradoa rufomaculata (Kleine chrysantenluis) (Kleine chrysantenluis)
        • Corylobium avellanae (Groene hazelaarbladluis) (Groene hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus ribis (Bloedblaarluis)
        • Cinara cupressi (Thujatakluis)
        • Cinara juniperi (Bonte takluis)
        • Uroleucon sonchi (Bruine slaluis)
        • Uroleucon tanaceti (Lakrode luis)
        • Delphiniobium junackianum (Ridderspoorbladluis) (Ridderspoorbladluis)
        • Drepanosiphum platanoidis (Grote esdoornluis) (Grote esdoornluis)
        • Dysaphis anthrisci (Fluitekruidluis)
        • Dysaphis crataegi (Meidoorn-peenluis)
        • Dysaphis devecta (Bloedvlekkenluis)
        • Dysaphis plantaginea (Roze appelluis) (Roze appelluis)
        • Dysaphis pyri (Roze perenluis)
        • Dysaphis tulipae (Grijze bollenluis)
        • Chaitophorus leucomelas (Gevlekte populierenluis) (Gevlekte populierenluis)
        • Eriosoma lanigerum (Appelbloedluis)
        • Eucallipterus tiliae (Bonte lindenbladluis) (Bonte lindenbladluis)
        • Euceraphis punctipennis (Berkenbladluis) (Berkenbladluis)
        • Eulachnus agilis (Smalle naaldluis)
        • Hyadaphis foeniculi (Grijze kamperfoelieluis)
        • Hyalopterus amygdali (Melige perzikluis) (Melige perzikluis)
        • Hyalopterus pruni (Melige pruimenluis)
        • Hyperomyzus lactucae (Groene melkdistelluis) (Groene melkdistelluis)
        • Idiopterus nephrelepidis (Zwarte varenluis)
        • Illinoia lambersi (Rhododendronluis)
        • Lachnus iliciphilus (Eikenkankerluis)
        • Elatobium abietium (Groene sparrenluis)
        • Lipaphis erysimi (Loodkleurige bladluis)
        • Longicaudus trirhodus (Roos-akeleiluis) (Roos-akeleiluis)
        • Macrosiphoniella sanborni (Bronzen chrysantenluis) (Bronzen chrysantenluis)
        • Macrosiphoniella tanacetaria (Boerenwormkruidluis)
        • Macrosiphoniella subterranea (Drievlekluis) (Drievlekluis)
        • Macrosiphum albifrons (Grote lupineluis) (Grote lupineluis)
        • Sitobion avenae (Grote graanluis)
        • Sitobion fragariae (Braam-grasluis)
        • Macrosiphum hellebori (Macrosiphum hellebori)
        • Macrosiphum rosae (Gewone rozenluis)
        • Maculolachnus submacula (Rozenwortelluis) (Rozenwortelluis)
        • Illinoia azaleae (Azalealuis)
        • Megoura viciae (Grote wikkeluis)
        • Metopolophium dirhodum (Roos-grasluis) (Roos-grasluis)
        • Metopolophium festucae (Raaigrasluis) (Raaigrasluis)
        • Rhodobium porosum (Gele rozenluis)
        • Mindarus abietinus (Penseelluis)
        • Moritziella corticalis (Eikenstamluis) (Eikenstamluis)
        • Myzocallis coryli (Gele hazelaarbladluis)
        • Cryptomyzus galeopsidis (Hennepnetelluis) (Hennepnetelluis)
        • Myzus cerasi (Zwarte kersenluis)
        • Aulacorthum circumflexum (Gevlekte bladluis) (Gevlekte bladluis)
        • Myzus certus (Bruine violenluis)
        • Myzus nicotianae (Rode luis)
        • Myzus ornatus (Myzus ornatus)
        • Myzus varians (Sigarettengalluis)
        • Nasonovia ribisnigri (Groene slaluis) (Groene slaluis)
        • Nearctaphis bakeri (Klaverbloemluis)
        • Ceruraphis eriophori (Sneeuwbal-zeggeluis) (Sneeuwbal-zeggeluis)
        • Aphis violae (Zwartgroene violenluis)
        • Ovatus crataegarius (Kruizemuntluis)
        • Ovatus insitus (Wolfspootluis)
        • Pemphigus bursarius (Wollige slawortelluis)
        • Pemphigus phenax (Wollige peenluis)
        • Pemphigus passeki (Wollige karwijluis)
        • Pemphigus spyrothecae (Spiraalgalluis) (Spiraalgalluis)
        • Periphyllus californiensis (Japanse esdoornluis) (Japanse esdoornluis)
        • Periphyllus (Harige esdoornluis soorten)
        • Phloeomyzus passerinii (Schimmelluis) (Schimmelluis)
        • Phorodon humuli (Hopluis)
        • Phyllaphis fagi (Beukenbladluis)
        • Melanaphis pyraria (Zwarte perenluis)
        • Plocamaphis amerinae (Grijze wilgentakluis) (Grijze wilgentakluis)
        • Prociphilus fraxini (Essensparrenluis)
        • Neotrama caudata (Neotrama)
        • Chaitophorus capreae (Waterwilgbladluis)
        • Pterocomma pilosum (Grote wilgentakluis)
        • Pterocomma populeum (Populierentakluis)
        • Pterocomma salicis (Bonte wilgentakluis)
        • Rhopalomyzus lonicerae (Rietgrasluis) (Rietgrasluis)
        • Rhopalosiphum insertum (Appel-grasluis) (Appel-grasluis)
        • Rhopalosiphum maidis (Maisluis)
        • Rhopalosiphum melliferum
        • Rhopalosiphum nymphaeae (Waterlelieluis) (Waterlelieluis)
        • Rhopalosiphum padi (Vogelkersluis)
        • Rhopalosiphum rufiabdominale (Rijstwortelluis) (Grondluis, Kroontjesluis, Rijstwortelluis)
        • Rhopalosiphum
        • Rhopalosiphoninus latisiphon (Aardappelkelderluis) (Aardappelkelderluis)
        • Rhopalosiphoninus ribesinus (Bessentakluis) (Bessentakluis)
        • Dysaphis aucupariae (Roze elsbesluis)
        • Dysaphis sorbi (Roze lijsterbesluis)
        • Lachnus pallipes (Beukenkankerluis)
        • Schizolachnus pineti (Grijze naaldluis) (Grijze naaldluis)
        • Eriosoma lanuginosum (Perenbloedluis) (Perenbloedluis)
        • Eriosoma patchae (Iepenbloedluis)
        • Eriosoma ulmi (Bessenwortelluis)
        • Semiaphis dauci (Kleine peenluis)
        • Semiaphis heraclei
        • Smynthurodes betae (Bonenwortelluis)
        • Prociphilus pini (Dennenwortelluis)
        • Prociphilus xylostei (Kamperfoeliebloedluis) (Kamperfoeliebloedluis)
        • Thecabius affinis (Vouwbeursluis)
        • Cinara confinis (Zilverspartakluis)
        • Toxoptera aurantii
        • Schizaphis graminum
        • Trama troglodytes (Trama)
        • Tuberolachnus salignus (Dromedarisluis) (Dromedarisluis)
        • Aulacorthum solani (Boterbloemluis)
        • Myzus ascalonicus (Sjalottenluis)
        • Macrosiphum euphorbiae (Aardappeltopluis) (Aardappeltopluis)
        • Myzus persicae (Groene perzikluis)

36 - Prei

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 30 tot en met 45
Toepassingstijdstip Van mei tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 250 tot 600 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Stengelgroenten
      • Prei

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Acrolepiidae (Mineervlinders)
      • Acrolepiopsis assectella (Preimot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

37 - Radijs

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 49
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1,5 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 1000 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Wortel- en knolgewassen
      • Radijs-achtigen
        • Radijs

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

38 - Radijs, Knolraap, Koolraap

DTG versie 2.1 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 49
Toepassingstijdstip Van mei tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Wortel- en knolgewassen
      • Overige wortel- en knolgewassen
        • Knolraap
        • Koolraap
      • Radijs-achtigen
        • Radijs

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

39 - Sjalotten, Uien, Knoflook

DTG versie 2.1 11 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 50 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van mei tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Ui-achtigen
      • Knoflook
        • Knoflook
      • Sjalotten
        • Plantsjalot
        • Zaaisjalot
      • Uien
        • Eerstejaars plantui
        • Picklers
        • Tweedejaars plantui
        • Zaaiui
        • Zilverui

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Acrolepiidae (Mineervlinders)
      • Acrolepiopsis assectella (Preimot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza cepae (Uienmineervlieg)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

40 - Sla; Lactuca spp

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 30 tot en met 45
Toepassingstijdstip Van april tot en met september
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,4 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,8 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 14 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Bladgroenten
      • Sla; Lactuca spp
        • Sla

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)

41 - Sla; Lactuca spp

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 30 tot en met 45
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1000 L/ha
Veiligheidstermijn 14 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50 ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Bladgroenten
      • Sla; Lactuca spp
        • Sla

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)

42 - Sluitkoolachtigen

DTG versie 2.1 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 49
Toepassingstijdstip Van mei tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Sluitkoolachtigen
        • Sluitkool
        • Spruitkool

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Acrolepiidae (Mineervlinders)
      • Acrolepiopsis assectella (Preimot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
      • Pyralidae (Snuitmotten)
        • Evergestis forficalis (Late koolmot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)

43 - Stengelkool

DTG versie 2.1 2 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 49
Toepassingstijdstip Van mei tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,9 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 800 L/ha
Veiligheidstermijn 7 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Koolgewassen
      • Stengelkool
        • Koolrabi

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
      • Pyralidae (Snuitmotten)
        • Evergestis forficalis (Late koolmot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)

44 - Tomaat

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 15 tot en met 89
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 2,1 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1400 L/ha
Veiligheidstermijn 3 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Vruchtgroenten
      • Vruchtgroenten van Solanaceae
        • Tomaat

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)

45 - Tomaat, Paprika, Aubergine

DTG versie 2.1 3 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 15 tot en met 89
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,7 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 2,1 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1400 L/ha
Veiligheidstermijn 3 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Vruchtgroenten
      • Vruchtgroenten van Solanaceae
        • Aubergine
        • Paprika
        • Tomaat

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • insertae sedis Erucae (Rupsen)

46 - Vaste plantenteelt

DTG versie 2.1 13 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 40 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1000 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Vaste plantenteelt
      • Akelei
      • Begonia
      • Bosrank
      • Chrysant
      • Daglelie
      • Geranium
      • Hartlelie
      • Klokjesbloem
      • Monnikskap
      • Overige Vaste plantenteelt
      • Pioenroos
      • Wolfsmelk

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Cecidomyiidae (Galmuggen)
        • Rabdophaga terminalis (Wilgentopgalmug) (Wilgentopgalmug)
        • Arnoldiola quercus (Eikentopgalmug)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

47 - Vaste plantenteelt

DTG versie 2.1 13 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 40 tot en met 95
Toepassingstijdstip Van april tot en met oktober
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,2 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 0,6 L/ha
Watervolumeschaal Van 300 tot 1000 L/ha
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,02% (20 ml/100L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Sierteeltgewassen
    • Vaste plantenteelt
      • Akelei
      • Begonia
      • Bosrank
      • Chrysant
      • Daglelie
      • Geranium
      • Hartlelie
      • Klokjesbloem
      • Monnikskap
      • Overige Vaste plantenteelt
      • Pioenroos
      • Wolfsmelk

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Plutellidae (Mineervlinders)
      • Plutella xylostella (Koolmot)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Cecidomyiidae (Galmuggen)
        • Rabdophaga terminalis (Wilgentopgalmug) (Wilgentopgalmug)
        • Arnoldiola quercus (Eikentopgalmug)
    • Gracillariidae (Mineervlinders)
      • Cameraria ohridella (Paardenkastanjemineermot)
    • Yponomeutidae (Mineervlinders, stippelmotten)
      • Yponomeuta (Stippelmot soorten)
      • Argyresthia trifasciata (Jeneverbesmineermot)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Pieridae (Witjes)
        • Pieris (Pieris soorten)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
      • Geometridae (Spanners)
        • Operophtera brumata (Kleine wintervlinder)
      • Lasiocampidae
        • Malacosoma neustria (Ringelrupsvlinder)
      • Lymantriidae (Donsvlinders)
        • Euproctis chrysorrhoea (Bastaardsatijnvlinder)
        • Leucoma salicis (Satijnvlinder)
        • Lymantria dispar (Plakker)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
        • Thrips linarius (Vlastrips)
        • Thrips angusticeps (Vroege akkertrips)
        • Kakothrips robustus (Erwtentrips)

48 - Veldbeemd

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 70
Toepassingstijdstip Van september tot en met november
Aantal toepassingen per 12 maanden 1
Maximum middeldosis 0,3 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 30 dagen
Opmerkingen veiligheidstermijn: 30 dagen tussen toepassing en maaien ten behoeve van voerderdoeleinden. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Graszaadteelt
      • Beemdgras
        • Veldbeemd

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Bibionidae (Zwarte vliegen)
        • Dilophus febrilis (Kleine rouwvlieg)

49 - Veldbeemd

DTG versie 2.1 1 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Onbedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 20 tot en met 70
Toepassingstijdstip Van juli tot en met september
Aantal toepassingen per 12 maanden 2
Minimale interval tussen toepassingen 14 dagen
Maximum middeldosis 0,5 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 1 L/ha
Watervolumeschaal Van 200 tot 400 L/ha
Veiligheidstermijn 30 dagen
Opmerkingen veiligheidstermijn: 30 dagen tussen toepassing en maaien ten behoeve van voerderdoeleinden. Dosering (middel) per toepassing: Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Akkerbouwgewassen
    • Graszaadteelt
      • Beemdgras
        • Veldbeemd

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Cecidomyiidae (Galmuggen)
        • Mayetiola schoberi (Graszaadstengelgalmug) (Graszaadstengelgalmug)

50 - Vruchtgroenten van Cucurbitaceae eetbare schil, Tomaat, Aubergine, Paprika, Meloen

DTG versie 2.1 8 gebieden
Gebruik Professioneel
Toepassingslocaties Bedekt
Toepassingsmethoden Gewasbehandeling
Groeistadium 15 tot en met 89
Toepassingstijdstip Van januari tot en met december
Aantal toepassingen per 12 maanden 3
Minimale interval tussen toepassingen 7 dagen
Maximum middeldosis 0,7 L/ha
Maximum middeldosis per gewasseizoen 2,1 L/ha
Watervolumeschaal Van 500 tot 1400 L/ha
Veiligheidstermijn 3 dagen
Opmerkingen Dosering (middel) per toepassing: 0,05% (50ml/ 100 L water). Verlaging van de dosering is toegestaan, maar van het maximaal aantal toepassingen en de andere toepassingsvoorwaarden mag niet worden afgeweken. Werkzaamheid is bij lagere dosering niet beoordeeld.
  • = Toepasbaar gebied

Toepassingsgebieden

  • Groenteteelt
    • Vruchtgroenten
      • Vruchtgroenten van Cucurbitaceae eetbare schil
        • Augurk
        • Courgette
        • Komkommer
      • Vruchtgroenten van Cucurbitaceae niet-eetbare schil
        • Meloen
      • Vruchtgroenten van Solanaceae
        • Aubergine
        • Paprika
        • Tomaat

Doelorganismen (versie 1.0)

  • Insecta (Insecten)
    • Thysanoptera (Tripsen)
      • Thripidae (Tripsen)
        • Thrips tabaci (Tabakstrips)
    • Hemiptera (Halfvleugeligen)
      • Aleyrodidae (Witte vliegen)
        • Aleyrodes proletella (Koolwittevlieg) (Koolwittevlieg)
    • Lepidoptera (Vlinders)
      • Noctuidae (Uilen (vlinder))
        • Chrysodeixis chalcites (Turkse mot)
        • Autographa gamma (Gamma-uil)
        • Lacanobia oleracea (Groente-uil, Polia oleracea)
    • Diptera (Tweevleugeligen)
      • Agromyzidae (Mineervliegen)
        • Liriomyza trifolii (Floridamineervlieg) (Floridamineervlieg)
        • Liriomyza huidobrensis (Nerfmineervlieg) (Nerfmineervlieg)
        • Liriomyza bryoniae (Tomatenmineervlieg) (Tomatenmineervlieg)

Etikettering

Component 1

Professioneel - Gevaar

Gevarenaanduidingen

Code Aanduiding
H410 Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
H318 Veroorzaakt ernstig oogletsel
H315 Veroorzaakt huidirritatie.
H226 Ontvlambare vloeistof en damp.
H332 Schadelijk bij inademing.
H335 Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken.
H304 Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt.
EUH401 Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
H302 Schadelijk bij inslikken.
H336 Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken.

Veiligheidsaanbevelingen

Code Aanbeveling
P331 GEEN braken opwekken.
P305 + P351 + P338 BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen.
P501 Inhoud/verpakking afvoeren naar ....
P240 Opslag- en opvangreservoir aarden.
P280 Beschermende handschoenen/beschermende kleding/oogbescherming/gelaatsbescherming dragen.
P308 + P311 Na (mogelijke) blootstelling: een ANTIGIFCENTRUM/arts/... raadplegen.
SP 1 Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.

Bijzonderheden

Kindveilige sluiting Nee
Tastbare aanduiding Nee

Disclaimer

Dit is een samenvatting van de toelatingsgegevens. Raadpleeg voor de complete informatie altijd het wettelijk gebruiksvoorschrift en het etiket.

Terug naar overzicht